Kiezers of kiesvee

Jaja, het gaat snel. Vandaag staat in Trends al de slotaflevering van de reeks De staat van onze staat. Daarbij bekijk ik ons land voor de laatste keer als een bedrijf, ditmaal vanuit het standpunt van de burgers, de aandeelhouders dus. (Zie hier deel 1 en deel 2.)

Schermafbeelding 2017-08-24 om 01.37.09

© Mellon

In de tekst had ik daarover nog de politiek filosoof John Rawls en de socioloog Robert Michels kunnen aanhalen.  Rawls was een reus op het vlak van sociale en economische rechtvaardigheid, en bedacht de beroemde sluier van onwetendheid. Dat stelt de vraag hoe mensen hun maatschappij zouden inrichten, mochten ze onwetend zijn over welke positie ze daarin zullen innemen. Het is immers gemakkelijk om tegen herverdeling te pleiten als je weet dat je rijk bent, iets helemaal anders als je arm bent.

We kunnen op eenzelfde manier nadenken over staatsvormen. Hoe willen we een maatschappij inrichten, zonder dat je weet of je tot de bestuurders of de bestuurden behoort? Dat verklaart waarom we checks and balances hebben. Die moeten voorkomen dat iemand met snode gedachten ongecontroleerd zijn of haar zijn kan doen. Anderzijds mogen er ook niet te veel ingebouwde remmen zijn, of er geraakt niets meer geregeld. Er moet dus een gulden tussenweg zijn.

Onderzoek van de ULB uit 2015 suggereert dat Belgen met een sluier om het hoofd in elk geval niet zouden kiezen voor een representatieve democratie, waarbij ze eens om de zoveel jaar mensen aanduiden om beslissingen voor hen te nemen. Met stip op één staat de directe democratie, waarbij burgers veel meer betrokkenheid en inspraak (bijvoorbeeld via referenda) hebben.

Schermafbeelding 2017-08-24 om 01.37.46

© Mellon

Een goede tweede optie bleek de deliberatieve democratie. In deze overlegdemocratie worden burgers uitgenodigd om actief mee te beraadslagen over de toekomst. Ze schuift de werking van parlementen en partijen niet terzijde, maar wil er eerder een aanvulling op zijn.

Opmerkelijk genoeg bleek er zelfs meer steun te zijn voor een technocratie waarbij het land geleid wordt door niet-verkozen techneuten zonder politieke affiliatie, dan voor een representatieve democratie. Daaruit spreekt een groot wantrouwen in beroepspolitici.

De link met particratieën, waarbij de politieke macht in handen is van georganiseerde politieke structuren, is niet ver te zoeken. De Duits-Italiaanse socioloog Robert Michels noemde dat in 1911 in zijn politologische klassieker ‘Zur Soziologie des Parteiwesens in der modernen Demokratie’ de ‘IJzeren Wet van de Oligarchie’.

Schermafbeelding 2017-08-24 om 01.41.17

© Mellon

Volgens Michels zijn er twee opties voor politieke bewegingen. Ofwel verbrokkelen ze, ofwel evolueren ze naar een strakke organisatie met politieke professionals aan de top. Of anders gezegd: in een democratie zijn politieke partijen op termijn niet democratisch. Ze worden door hiërarchisering, centralisering en bureaucratisering een oligarchie waarvan de leiding in handen is van een kleine, gesloten groep.

De kloof tussen het selecte clubje van hoogopgeleide leiders en de grote groep van volgelingen neemt toe omdat de elite zijn identiteit oplegt aan de groep. Daardoor neemt de betrokkenheid van de basis af. Bij partijen zijn het uiteindelijk nog zelden de leden die de richting bepalen, maar wel het partijbureau, het voetvolk mag nog slechts optreden als bekrachtigend stemvee. Michels spreekt van een ‘onvermijdelijk verziekingsproces dat elke democratie treft’.

Zouden burgers die voor anti-establishmentpartijen kiezen het dus niet gewoon beu zijn om zich kiesvee te voelen?

→ Lees hier het volledige artikel. En hier achterhaalt u hoe de politieke partijen de kwaliteit van onze democratie willen verbeteren.

Deze reeks kwam tot stand met steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek.

Advertenties

De framing van het liberalisme

Het commentaar van de krant De Morgen gaat vandaag over de deconfiture van PS-voorzitter Elio Di Rupo. Helemaal aan het eind schrijft Bart Eeckhout:

Voor wie er allang van droomt België op neoliberale koers te zetten, moet die machtsverschuiving een onverwacht prettig vooruitzicht zijn. Maar je moet heus geen PS-sympathisant zijn om te beseffen dat die evolutie ook verliezers gaat maken.

Het is jammer dat de politiek commentator tegenover de linkse koers het alternatief van het neoliberalisme plaatst. Het is een beetje een karaktermoord, aangezien wat na ‘neo’ komt vaak per definitie onkies is. Conservatief is al beladen, neoconservatief is gewoon eng. Neoliberalisme is een vage term die misschien nog het best verduidelijkt wordt als ‘vrijemarktfundamentalisme’.

2873745549_95a1eb8c23_o

© R Barraez D´Lucca

Daarvan is in België met een overheidsbeslag van meer dan 50 procent van het bruto binnenlands product hoegenaamd geen sprake. De overheidsinmenging in ons dagelijks leven is gigantisch groot. Of het nu gaat om voedselveiligheid, de arbeidsmarkt of sociale zekerheid, alles is flink in regels vastgelegd.

Neoliberalisme is eerder een scheldwoord dan een maatschappelijke visie. Enkele jaren geleden bestudeerden Taylor Boas en Jordan Gans-Morse van de universiteit van Berkeley 148 wetenschappelijke bijdrages die tussen 1990 en 2004 gepubliceerd zijn om te achterhalen wat precies bedoeld wordt met de term (paper hier). Deze zin zegt het allemaal:

Neoliberalism has become a conceptual trash heap capable of accommodating multiple distasteful phenomena without much argument as to whether one or the other component really belongs.

In hun boek Neoliberalisme. Een politieke fictie uit 2014 merkten Martin van Hees, Patrick van Schie en Mark van de Velde op dat het neoliberalisme geen onderscheiden en samenhangende politiek-economische visie met een bijbehorend programma is. Want mocht dat wel zo zijn, dan zouden er mensen zijn die er de verdediging van op zich nemen. Bij het lezen van het commentaar vroeg ik mij af hoeveel neoliberalen Bart Eeckhout kent.

Het was correcter geweest, mocht hij in zijn slotparagraaf tegenover het socialistische discours de liberale overtuigingen gezet hebben. Liberalen zijn niet per definitie tegen ogenschijnlijk typisch ‘linkse’ ideeën zoals maatschappelijke herverdeling of een sturende overheid. De mate waarin ze dat willen, en de manier waarop, verschillen natuurlijk. En dat is een veel interessanter debat dan schermen met karikaturen.

We are the robots

Deze week staat in Trends een verhaal over beleggen in bedrijven die profiteren van de automatisering en robotisering. Specialisten van AXA en Pictet geven er een reeks concrete namen die een plaats kunnen vinden in uw beleggingsportefeuille.

Daarbij hoort ook een kaderstukje dat mij eindeloos blijft intrigeren. Het gaat als volgt:

Als we aan robots denken, zijn dat vaak op mensen lijkende wezens. Als die er effectief zo uitzien, veranderen ze onze blik op wat ze zijn, zo leert een boeiend experiment van Kate Darling. De onderzoekster verbonden aan MIT, Harvard en Yale, onderzocht enkele jaren geleden de band die mensen opbouwen met hun robots.

De deelnemers aan de proef kregen Pleo’s, dat zijn robotjes die op dinosaurussen lijken, en de opdracht om er zich een tijdje mee bezig te houden. Daarna volgde de opdracht om de robot vast te binden, en dood te kloppen. Sommige mensen weigerden om hun robot ‘pijn’ te doen, anderen beschermden hun Pleo voor de slagen van andere deelnemers. Een vrouw verwijderde de batterij van haar robot ‘om hem de pijn te besparen’.

Uiteindelijk kunnen de onderzoekers de groep overtuigen om één Pleo op te offeren, en de rest dat lot te besparen. ‘Ook al besefte iedereen in de kamer dat de robot enkel pijn aan het simuleren was, giechelden de meesten nerveus, en voelden ze zich duidelijk oncomfortabel toen het kermde terwijl het gebroken werd’, aldus Darling.

Het deed mij denken aan de film A.I. Artificial Intelligence uit 2001, van Steven Spielberg. Samengevat met: ‘His love is real. But he is not.’

‘We moeten vermijden dat een minister zijn goesting doet’

Schermafbeelding 2017-08-17 om 02.15.29

© Mellon

Als België een land was dat op bezoek ging bij de dokter, dan kwam het daar buiten met de bekaaide diagnose van sclerotisch, zwaarlijvig en bijziend, zo leerden we vorige week. In de tweede aflevering van De staat van onze staat in Trends kijken naar het beheer van de sociale zekerheid.

In onze denkoefening om België te beschouwen als een NV, is het verleidelijk om de RSZ te vergelijken met een ondernemingsraad. Binnen een onderneming is dat het overlegorgaan waar vertegenwoordigers van de werkgever en de werknemers onderwerpen bespreken als ontslag, werkdruk en vakantieregelingen, alsook de directie informeren en adviseren. De sociale zekerheid lijkt zo in zekere zin een ondernemingsraad in het groot, met thema’s als werkloosheid, gezondheid en arbeidsongeschiktheid.

Een van de belangrijkste redenen waarom dat een manke vergelijking is, ligt bij de aanzienlijke tussenkomst door de overheid waardoor de vraag rijst welk beestje onze sociale zekerheid eigenlijk is. Het heeft een heel dubbelzinnig statuut omdat vakbonden, werkgevers en politici allemaal dingen willen, en allemaal willen dat de ander de rekeningen doet kloppen.

Schermafbeelding 2017-08-17 om 02.17.27

© Mellon

Het is een gedeelde verantwoordelijkheid dat er een gebrek aan financiële verantwoordelijkheid is, meent Danny Pieters, professor in de sociale zekerheid aan de KU Leuven en voormalige N-VA-senator. ‘We moeten naar een systeem waarbij de beheerder van de sociale zekerheid, wie dat ook is, zeggenschap heeft over de hoogte van de bijdragen en de voorwaarden voor de uitkeringen. Het gaat niet op dat de overheid dat allemaal reguleert, en er tegelijkertijd een raad van bestuur is die daardoor de rekeningen niet kan doen kloppen.’

Pieters is bijzonder schamper over de rol van de sociale partners in het beheer van de RSZ. ‘Over wat beslissen ze daar eigenlijk nog? Over de kleur van de muren van de bureaus? Dat is niet ernstig. Dan schaf je het paritair beheer beter gewoon af. Als je daarentegen die beslissingsmacht overlaat aan de sociale partners, zullen zij samen de moeilijke beslissingen moeten nemen die ze nu maar al te graag naar de overheid doorschuiven.’

Schermafbeelding 2017-08-17 om 01.48.58

© Mellon

Een andere mogelijkheid is om de sociale partners uit de openbare instellingen van de sociale zekerheid te lichten, zoals Nederland in het begin van deze eeuw heeft gedaan.

Marc Justaert, de voormalige voorzitter van de christelijke mutualiteiten en sinds zijn pensioen in 2015 voorzitter van de algemene raad van het RIZIV, vindt dat geen goed idee. ‘De participatie van de burger aan het beleid verloopt volgens mij via het middenveld. Het is een illusie dat de burger rechtstreeks zal deelnemen aan overheidsbeslissingen. Wie dat gelooft doet aan volksverlakkerij. We moeten vermijden dat een minister zijn goesting doet en enkel een advies vraagt als hem dat uitkomt.’

Ook Paul Soete, de vroegere baas van sectorfederatie Agoria en nu voorzitter van het Beheerscomité van de RSZ, verdedigt de positie van het middenveld, maar dan eerder omwille van praktische dan politieke redenen. ‘Reglementering uitwerken op een kabinet zonder inzicht in de manier waarop bedrijfsleiders en vakbonden daar in de ondernemingen mee zullen omgaan, leidt tot draken van reglementering die als curiosa kunnen worden tentoongesteld, maar niet toegepast.’

→ Lees hier het volledige artikel.

Deze reeks kwam tot stand met steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek.

Een goede belegger is een tuinier in het diepst van zijn gedachten

Beleggen klinkt veel mensen als lastig en gevaarlijk in de oren (zie ook onze vriend Kasper). Nochtans hoeft het dat helemaal niet te zijn, betoogt Zanna Massaert (foto) in de jongste editie van Mister Market Magazine. De columniste geeft er een aantal excellente basisregels. Hier pik ik er een paar uit die onze beginnende belegger kunnen helpen, maar het hele artikel is warm aanbevolen.

Zanna adviseert Kasper en co om de draaideur van de beurs te vervangen door een deur zonder binnenklink. Klinkt drastisch, maar het komt er gewoon op neer dat ze niet in volle euforie naar de beurs mogen stormen om bij de minste tegenwind weer af te druipen. Beleggen is een langetermijninspanning, met dito beloning.

Schermafbeelding 2017-08-11 om 16.48.00Door niet op de beurs te beleggen, krijg je inderdaad geen koersverliezen te verduren, maar alles welbeschouwd zijn dat onvermijdelijke blutsjes tegen een veel grotere buil. Of in de woorden van Zanna: ‘Als de beurs morgen crasht, moet ze al met 55% crashen om me naar mijn positie van augustus 2012 terug te duwen. Anders gezegd: vijf jaar lang de beurs mijden uit vrees voor een crash kost de spaarder evenveel als een uitzonderlijk verwoestende crash van 55%.’

Dit is voor alle duidelijkheid geen pleidooi om meteen al uw spaargeld op de beurs te pleuren. Bekijk hoeveel je voor langere tijd kan missen, en stap geleidelijk in. Op die manier koop je de aandelenmarkt zowel wanneer die duur, als goedkoop is. Dat helpt ook om voorbij de waan van de dag, en de zoveelste tweet van Trump te kijken.

Zanna heeft nog een mooie metafoor in petto, namelijk dat een goede belegger een tuinier is in het diepst van zijn gedachten. Hij weet dat je de mooie bloemen niet plukt, en dat je het onkruid niet besproeit. Dat doet hij dus ook niet op de beurs. Als er vuiligheid in zijn portefeuille zit, snijdt hij die er uit, terwijl hij de pareltjes koestert.

Dat klinkt eenvoudig, maar het is oh zo moeilijk in de praktijk. Mensen haten het om hun fouten onder ogen te zien, legt Zanna uit. Zolang de verliezen enkel op papier rood kleuren, blijft de hoop dat de verliezen kunnen gerecupereerd worden. Maar zo missen beleggers wel de kans om in een ander aandeel te stappen dat het wel goed doet…

Tussendoor een tipje van mezelf: blijf weg van biotech. Interessante bedrijven om te volgen, maar tenzij u een doctorandus in het vakgebied bent, hebt u als kleine belegger geen benul van de complexe onderzoeksprocessen en de slaagkansen in de verschillende fases waarin de geneesmiddelen zich bevinden. Biotech is in die zin vaak een lottoticketje: het knalt, of het flopt. Maar dat is gokken, niet beleggen.

Dat sluit overigens aan op de rustige vastheid die Zanna bepleit. De belegger die zich voor de lange termijn engageert, de grote risico’s mijdt en zich in alle omstandigheden houdt aan een simpel maar doeltreffend systeem, is een lang beursleven beschoren. ‘Hij blijft in de koers, waar ook de finishlijn ligt, en zal uiteindelijk een veel hogere return behalen dan de kamikazepiloot die onderweg moet opgeven’, merkt ze op.

Tot slot mijn favoriete passage. Die gaat over de selectie van de bedrijven die je in portefeuille wil nemen.

‘Ik hanteer de regel dat ik minstens drie maanden ‘goesting’ in het aandeel moet hebben. Ontwaar ik een begeerlijke bruidegom? Dan krijgt hij een zitje in mijn aankoopwachtkamer en moet hij daar drie maanden lang kunnen blijven zitten. Ik maak het hem niet makkelijk. Zoals een advocaat dat doet die alle argumenten van de tegenpartij wil anticiperen, tracht ik mezelf vooral te overtuigen waarom ik het aandeel niet zou kopen. Met die kritische blik zal ik nu en dan in dat wachtkamertje komen kijken: die potentiële partner moet er al die tijd begeerlijk blijven uitzien.’

Ook de uitsmijter kan ik u niet besparen:

‘Goede beleggers zijn gelukkige mensen, en omgekeerd. Het zijn optimisten die in een betere toekomst geloven. Een pessimist kan geen 13 procent jaarreturn halen over 20 jaar, dat bestaat niet.’

De toekomst is dus aan de optimisten. Gelukkig maar. Ik ga fietsen.

Wie voor het eind van augustus een abonnement neemt op Mister Market Magazine en daarbij vermeldt dat hij/zij via deze website komt (gewoon mijn naam doorgeven) krijgt het magazine een maand gratis. Interesse? Dan gewoon hier klikken.

Een bank moet uw vertrouwen verdienen

Enkele weken geleden vroeg Kasper, een goede vriend, of ik kon meegaan naar zijn bankkantoor. Hij had gezien dat de beleggingsproducten die hij daar twee jaar eerder had gekocht, het niet bepaald goed deden, en hij maakte zich wat zorgen.

Voordat ik zijn portefeuille zag, leek me dat niet onlogisch. De beurzen hebben het in die periode goed gedaan, en hij had gezegd dat hij een defensieve belegger was (eerder uit wantrouwen voor financiële markten dan uit risicoaversie, een cruciaal verschil). Met dat profiel zou hij per definitie maar een fractie van de hausse meegepikt hebben.

Toen kreeg ik zijn portefeuille onder ogen, en dat was toch even slikken.

Omdat de MiFID-vragenlijst had aangegeven dat Kasper niet hoog scoorde op het vlak van financiële kennis, had de bank hem plain vanilla producten moeten voorstellen. Dus wat stond die Belfius Financing Company (LU) Multicallable 16 daar te doen?

Naast een op de lange termijn ondermaats presterend beleggingsfonds uit de eigen stal, bleek de Belfius-adviseur Kasper een gestructureerde obligatie aangesmeerd te hebben waarvan de potentiële meerwaarde afhankelijk is van de prestaties van de Stoxx Europe 600 Utilities Index, en met de mogelijkheid van een vervroegde terugbetaling. In een neutraal scenario levert dat een jaarlijks netto-rendement op van 0,53 procent, en zelfs als het meezit amper 0,73 procent!

16937693971_4d0342471b_o

© Andre Douque

Al snel bleek dat ze Kasper destijds nooit hebben uitgelegd wat hij precies kocht. De Multicallable is een ultradefensief product waarvan het beetje rendement afhangt van een onderliggende, ook al defensieve aandelenindex. Zodra het een beetje opbrengt, kan de bank de obligatie bovendien terugkopen.

Het argument van de bank dat de vriend als defensieve, ongeïnformeerde belegger veroordeeld is tot dit soort producten, is belachelijk. Er zijn genoeg eenvoudige, defensieve beleggingsopties die een minstens equivalent rendement geven als die complexe Multicallable, en dan snapt die vriend tenminste wat hij in portefeuille neemt. Bedrijfsobligaties of staatsbons bijvoorbeeld. Maar daar verdient de bank natuurlijk weinig aan. Bij de Multicallable daarentegen lopen de commissiekosten op tot 1,2 procent per jaar.

Let wel: dit pleit de vriend niet vrij. Hij heeft zelf de verantwoordelijkheid om zich goed te informeren (een bank die alleen eigen producten pusht is per definitie te wantrouwen – ze kunnen nooit altijd het beste product hebben!), of zich door een onafhankelijke adviseur te laten bijstaan. In die zin is het een zure les geweest.

Het is ook een sprekend voorbeeld dat MiFID vaak zijn doel voorbijschiet. Het is voor veel banken een kwestie van ‘ticking boxes’. Zo kunnen ze nog altijd ingewikkelde producten verkopen aan mensen die daar eigenlijk niet voor in aanmerking mogen komen. Op die manier investeren ze natuurlijk niet in een vertrouwensrelatie met hun klant.

Dat is wat mij het meest ergert. De bank liet als adviseur Kasper hopeloos in de kou staan. Een gesprek van vijf minuten leert dat hij helemaal niet defensief is, alleen op zijn ongemak. Hij is een jolige vrijgezel van 35 jaar, heeft geen woning af te betalen, of plannen om er een te kopen, en kan gerust tien jaar een deel van zijn geld missen. Hij wil daar ook best wat risico’s voor nemen, als hij maar weet wat die inhouden.

Een goede uitleg over de voor- en nadelen van de verschillende beleggingsopties verder, is hij nu via een online bank geleidelijk in zelfgekozen fondsen aan het stappen die bij zijn profiel passen. Ze hebben een bewezen track record, goede beoordelingen bij Morningstar, en redelijke beheerskosten. Zo kan het dus ook.

Meer zelfs, Kasper overweegt nu om in aandelen te beleggen. Maar eerst nog wat lezen en zich beter informeren. Wordt vervolgd.

‘Vertrouw me, ik ben geen politicus’

Vandaag gaat in Trends de reeks De staat van onze staat van start. Daarin beschouw ik België op drie verschillende vlakken als een land. Hieronder een voorpublicatie. De eerste aflevering is hier te lezen, en natuurlijk in de papieren versie van het weekblad.

Steeds meer bedrijfsleiders werpen zich op als de beste CEO die een land kan wensen. De ervaring leert nochtans dat ze daar zelden potten breken.

‘Aha! Le plus beau! Le meilleur! Le plus intelligent!’

Zo luidde het antwoord dat Paul Vanden Boeynants in 1995 gaf op de vraag wat hij als journalist over zichzelf zou schrijven. Daarbij hield de christendemocraat de wijze raad van een van zijn voorgangers als Belgisch premier in gedachten. ‘Achille Van Acker heeft mij ooit gezegd: vriend, ge moet nooit zelf slecht over uzelf vertellen, de anderen gaan zich daarmee bezighouden.’

VDB

© Michel Huhardeaux

Het is niet moeilijk om bij het antwoord van VDB te denken aan Donald Trump, de vastgoedmagnaat die nu dienst doet als 45ste president van de Verenigde Staten. Er zijn nog wel enkele opmerkelijke gelijkenissen tussen de in 2001 overleden Brusselse zakenman en Trump. Ook VDB kwam van jongsaf in een (veel bescheidener) familiebedrijf terecht, werd doorheen zijn carrière achtervolgd door beschuldigingen van belangenvermenging, had een vechtrelatie met de pers, en stopte nooit met aan zijn bedrijf te denken. Toen hij in 1966 voor het eerst premier werd, bleef hij tegelijkertijd vleesmarchand. Elke ochtend was hij om zes uur te vinden op de beestenmarkt van Anderlecht vooraleer naar de zestien te trekken. Nog een laatste link: na zijn politieke carrière groeide VDB uit tot de spil van de Brusselse immobiliënwereld.

Donald Trump is niet de enige zakenman met politieke ambities. Vooral in Oost-Europa vindt zijn voorbeeld (en stijl) veel navolging. Zo is de steenrijke zakenman Andrej Babiš topfavoriet om in oktober in Tsjechië premier Bohuslav Sobotka op te volgen. Het is amper zes jaar geleden dat Babiš met het liberaal-populistische ANO een eigen partij oprichtte om een zakelijke regering mee aan te sturen, en komaf te maken met de overvloedige corruptie in het land. ANO deed het zo goed dat ‘Babisconi’ (een bijnaampje dat ontleend is aan een andere politieke zakenman, de Italiaanse ex-premier Silvio Berlusconi) minister van Financiën werd onder Sobotka, tot die hem in mei na onenigheid ontsloeg.

Babiš mag dan niet houden van de vergelijking met Trump – die hij maar een belabberde zakenman vindt – maar hij deelt wel diens aversie voor migratie en liefde voor politieke incorrecte uitspraken.

Ook in de andere Oost-Europese landen zijn er Trumpiaanse ondernemers-politici: denk maar aan Slowakije (Boris Kollár, slogan ‘Vertrouw me, ik ben geen politicus’), Servië (Bogoljub Karić), Letland (Aivars Lembergs) en Polen (Zbigniew Stonoga). Ze noemen zichzelf maar al te graag politieke outsiders en anti-establishment. Een andere mogelijke omschrijving is ‘niet onbesproken’. Zo is Karić beschuldigd van banden met de georganiseerde misdaad, en werd Lembergs meermaals aangeklaagd voor corruptie, witwassen van geld en machtsmisbruik. En omdat het zo’n opmerkelijk weetje is: Kollár heeft tien kinderen bij negen verschillende vrouwen.

Vergrootglas

Blijft de vraag of ondernemers veel toevoegen in de politieke arena. De praktijk suggereert dat het zelden een goede combinatie is. Echt succesvol was VDB’s tijd aan de politieke top niet, en het lijkt Trump zeker niet beter te vergaan. Italianen huiveren nog van de jaren-Berlusconi. De voorbije decennia is het in België met een vergrootglas speuren naar ondernemers die de overstap gemaakt hebben naar de politiek, en daarin succesvol waren. Het tegenovergestelde is gemakkelijker te vinden. Denk maar aan het Vivant-project van technologie-ondernemer Roland Duchâtelet, of de ultrakorte politieke loopbaan van voormalig Volvo Gent-topman Peter Leyman.

Schermafbeelding 2017-08-10 om 09.32.53

© MELLON

Kiezers mogen dan wel geloven dat een land te leiden valt als een bedrijf, dat maakt het nog geen realiteit. Wat is het onderste lijntje van de resultatenrekening van een overheid? Succes wordt hier niet gemeten in termen van winst, maar wel volgens de welvaart die ze aan een bepaalde kostprijs kan genereren. Dat houdt onder meer in dat ze voorziet in veiligheid, onderwijs en een sociaal vangnet.

Toch is het nuttig om als gedachteoefening België te beschouwen als een onderneming. Dat is wat we vanaf morgen drie weken lang doen. In de eerste aflevering maken we de staat van de staat op. Wat is de financiële situatie van België, hoe ziet zijn balans er uit, en wat zegt de bedrijfsdokter over de gezondheid daarvan?

De tweede aflevering bestudeert hoe vakbonden en werkgevers de sociale zekerheid besturen. Zij vormen daarmee sinds kort na de Tweede Wereldoorlog in zekere zin de ondernemingsraad van ons land. Maar spelen ze die rol ook met verve? En hoe democratisch is het dat ze als staat binnen de staat instaan voor het gros van de federale overheidsuitgaven? Is het niet beter dat een democratisch verkozen regering daar voluit over beslist?

Tot slot komen in het laatste deel de 11 miljoen burgers van België aan bod. Kunnen zij als aandeelhouders hun stem voldoende laten horen? Welke problemen zijn er daarbij, en wat zijn de mogelijke oplossingen? Daar maken we dus een staat voor de staat op.

Deze reeks kwam tot stand met steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek.