Kijk, aim, frame

Aglaia Konrad.jpegKlik hier voor een grotere versie van de foto hiernaast.

Altijd als de Oostenrijkse fotografe Aglaia Konrad (1960) in het vliegtuig stapt, heeft ze natte doekjes mee om het raampje te poetsen. Bij langeafstandsvluchten maakt ze ruzie met andere passagiers die het raampje willen dicht doen zodat ze ongestoord kunnen slapen. Konrad moet en zal foto’s maken, urenlang, ook al weet ze meestal niet wat ze precies vastlegt, daar op 10.000 meter hoogte. ‘Iemand vertelde me eens dat dit Siberië is, dat die witte lijnen pijpleidingen zijn, en die witte blokjes verdeelstations’, zegt ze, wijzend naar één van de vreemde luchtbeelden.

Konrad werkt ook voor haar foto’s van publieke ruimtes en stedelijke infrastructuur analoog in een digitaal tijdperk. ‘Als ik thuis kom heb ik geen honderden digitale foto’s om een beeld uit te kiezen. Het moet in mijn hoofd zitten op het moment dat ik kijk, aim en frame. Drie foto’s trek ik dan, meer niet.’ Klein en fijn monstert ze de reeks monumentale zwart-wit-foto’s van gebouwen en natuurlijke elementen die boven haar uittorenen. ‘Ik noem het sculpturale architectuur.’

Aglaia Konrad. From A to K – t/m 18 september, Leuven, mleuven.be

De man die de stier bij de staart greep

Rocard-Mitterrand.jpgZaterdagmiddag is Michel Rocard (links op de foto) op 85-jarige leeftijd overleden. Dat bericht zal in België en Nederland waarschijnlijk niet te veel aandacht krijgen (hier een goede necrologie van de Financial Times).

Nochtans was de Franse socialistische politicus van mei 1988 tot mei 1991 premier onder het presidentschap van zijn partijgenoot François Mitterrand (rechts op de foto). Die laatste, een eeuwige intrigant, kon Rocard niet luchten en was hem liever kwijt dan rijk. Hij deed er daarom alles aan om zijn ontslag uit te lokken.

Maar op zoek naar een reden om Rocard te ontslaan, ondervond Mitterrand dat zijn premier verrassend meegaand was in zijn beleid, ook al was het nooit goed genoeg. Rocard probeerde op die manier lang genoeg in het zadel te blijven zitten om enkele jaren later zijn kans op een overwinning bij de presidentsverkiezingen in 1995 te vergroten (maar tevergeefs).

Over die moeilijke periode onder Mitterrand, en de reden waarom hij manu militari aanbleef, sprak Rocard ooit de onsterfelijke woorden: ‘Als je een stier vasthoudt aan de staart, is het ergste wat hij kan doen in je gezicht schijten. Maar hij kan je niet opscheppen met zijn hoorns.’

‘Zij vinden de neus een edeler orgaan dan de hersenen’

Op een dag, misschien, ooit, wie weet, wil ik een boek schrijven dat lessen trekt uit het wedervaren van de belangrijkste centrale banken doorheen de tijd. Dat gaat van de eeuweling die de Bank of England is (321 jaar om precies te zijn), over de Japanse Nippon Ginko (°1882) en de Amerikaanse Federal Reserve (°1913) tot de puber in de eurozone (ECB, °1998).

John Maynard KeynesIk begrijp dat dit onderwerp op het eerste gezicht wenkbrauwen kan doen fronsen, maar geloof me vrij: het is een wonderlijke wereld met zoveel fascinerende persoonlijkheden. De voorbije jaren heb ik een indrukwekkend aantal boeken en studies verzameld over het onderwerp, nu alleen nog de tijd vinden om ze allemaal te lezen, en dan op onderzoek te trekken naar wat het allemaal voor u en mij betekent. Het zou dan de bedoeling zijn om economische inzichten te combineren met weetjes, anekdotes, portretten,…

Enfin, wie weet dus, op een dag dus, misschien, ooit.

In een van die documenten die ik onlangs las, kwam ik een passage tegen die me meteen aan de Brexit-discussie deed denken. Vandaar dat ik er hier even op inga.

Volgens de titaan John Maynard Keynes moest een econoom een ‘wiskundige, historicus, staatsman en filosoof zijn’. Jammer genoeg zag Franklin Delano Roosevelt hem in 1934 enkel als ‘een wiskundige’. ‘Hij is vast geen politiek econoom’, verzuchtte de Amerikaanse president na een bezoek van de Brit aan het Witte Huis. ‘Hij heeft hier een hele cijferbrij achtergelaten.’

Ook Keynes zelf stapte ontgoocheld buiten. ‘Ik was er van uitgegaan dat de president meer geletterd zou zijn op economisch vlak’, verklaarde hij.

Dat was overigens een misvatting die Rexford Tugwell, een professor economie aan Columbia, al lang niet meer koesterde. Hij was een van de belangrijkste leden van de ‘Brains Trust’, een adviesgroep die de president-elect bijstond bij het uitwerken van een beleidsvisie. Tugwell zou later optekenen dat met Roosevelt over economie praten gelijk stond aan het bijbrengen van de basisideeën ervan aan eerstejaarsstudenten aan de universiteit.

Enkele maanden voor zijn bezoek aan het Witte Huis had Keynes een open brief gepubliceerd in The New York Times waarin hij de nieuwbakken president opriep om de Grote Depressie te lijf te gaan met extra overheidsuitgaven.

14069654181_9e7e791de5_kDaarin staat dus een passage, die met een paar tweaks (eigen vertaling) verrassend actueel aandoet. Het helpt als u in de plaats van Roosevelt aan Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker denkt (over wie trouwens eerder deze week dit vernietigend portret verscheen):

Op dit moment zijn uw sympathisanten EU-adepten in Engeland nerveus en soms moedeloos. We vragen ons af of er wel een goed begrip is van de juiste volgorde van de verschillende urgenties, of het vizier wel goed gericht staat, en of het advies dat u krijgt niet krankzinnig en bizar is. Als we van onze melk zijn wanneer we u verdedigen, dan is dat deels te wijten aan de invloed van onze omgeving in Londen. Ziet u, bijna iedereen hier heeft een enorm vertekend beeld van wat er in de VS EU gebeurt. De gemiddelde City-man denkt dat u onbezonnen waardevol advies negeert, en dat de beste hoop ligt in het ontslaan van uw huidige adviseurs en terug te keren naar de oude manier van doen, of dat de VS EU anders op weg zijn naar een afschuwelijke implosie. Dat is wat ze zeggen dat ze ruiken. Er is een heropleving van wijze hoofdschudders die geloven dat de neus een edeler orgaan is dan de hersenen. Londen is er van overtuigd dat we alleen maar moeten achteroverleunen en wachten, om te zien wat we zullen zien.

Britten zijn broodnodig in de EU

Dit opiniestuk verscheen eerder op tijd.be

24600489394_c8b9c405ca_k

© Jeff Djevdet

Op 23 juni trekken de Britten naar de stembus om te beslissen of ze al dan niet in de Europese Unie willen blijven. Wie al eens in de Engelse countryside een gesprekje heeft gehad met een doorsnee-Brit over Europa, merkt hoe onwetend die vaak is over wat het EU-lidmaatschap inhoudt. Tekenend is deze passage over het geplande referendum die in mei vorig jaar in de Financial Times verscheen. ‘Uit onderzoek blijkt dat sommige mensen niet eens weten dat het VK lid is van de EU’, merkte de Britse zakenkrant op. ‘Dat zorgt voor het risico dat ze de vraag of het land dat ook moet blijven verkeerd begrijpen.’

Het is niet zo moeilijk om te begrijpen waarom zoveel Continentaal-Europanen hun buik vol hebben van de Britten. Het zijn koekoekskinderen in een familie die hen niet bijzonder graag ziet. En omgekeerd. De uitspraak van Boris Johnson dat brexit gelijk staat aan ontsnappen uit een gevangenis is nog een van de vriendelijkste bewoordingen (de leider van het exit-kamp vergeleek de EU ook met Hitler).

Toch zou het een slechte zaak zijn, mochten ze aan de andere kant van het Kanaal de deur van de EU achter zich dicht trekken. Dat zou enorme gevolgen hebben, niet het minst voor het VK zelf. Ja, de Britten zouden jaarlijks 8,5 miljard pond (11,2 miljard euro) uitsparen omdat het land een netto-bijdrager is aan de Europese begroting. Maar het totaalplaatje is complexer dan dat.

Als het VK net als Noorwegen deel wil uitmaken van de Europese Economische Ruimte, dan zal het daar een stevige potje over moeten onderhandelen met zijn voormalige celgenoten (of cipiers, het is maar hoe je het bekijkt), wat onzekerheid en dus ook kosten met zich meebrengt. Bovendien zal het land nog altijd dezelfde regels moeten volgen als voorheen om toegang te hebben tot de Europese markt – waar vandaag bijna de helft van zijn export naar toe gaat – maar dan zonder daar zelf inspraak in te hebben. De Britse exportpositie zou daarnaast ook lijden onder de noodzaak om bilaterale akkoorden af te sluiten die minder gunstig zijn dan onder de Europese, multilaterale paraplu.

Vanwaar toch die animositeit tegenover de EU? In essentie voelen de Britten zich bedrogen. Dit Europees project is ons in de jaren 70 verkocht als een toegangsticketje tot de eengemaakte markt, klaagde de populaire tabloid Daily Mail in 2013 naar aanleiding van de veertigste verjaardag van het Britse lidmaatschap. Wat daarna volgde, vat zowat alle ergernissen samen. ‘We wisten toen niet waar we aan begonnen. We hebben dat zogenaamd gezellige clubje stap voor stap zien veranderen in een opgezwollen bureaucratisch rijk dat zijn verstikkende regels oplegt aan alle lidstaten. Het heeft zich in de diepste crisis uit zijn geschiedenis gestort met zijn roekeloze droom om alle landen van Europa in de dwangbuis van de euro te duwen. Al veertig jaar lang zijn de Britten een ongelukkig lid van deze club. [We] kijken met angstige verbijstering naar dat opgezwollen politieke monster.’

Goed, dat mag andere Europeanen als miezerig gezaag in de oren klinken, maar waarom zouden ze er toch om moeten geven? Waarom is het zo belangrijk dat de Britten aan boord blijven? Over de mogelijke gevolgen van een brexit zijn al heel wat analyses geschreven, maar vreemd genoeg geldt dat niet voor wat het betekent voor de ‘EU zonder het VK’. Nochtans is ook dat een economisch verhaal dat drijft op politiek.

In or outEuropa heeft de Britten broodnodig. De kracht van de Europese integratie ligt op het economische vlak, en net dat is waar het VK op doorduwt. Waar de Fransen een natuurlijke neiging tot interventionisme en protectionisme hebben, ijveren de Britten steevast voor deregulering en liberalisering.

Het VK was bijvoorbeeld samen met Ierland en Zweden het enige land dat zijn arbeidsmarkt in 2004 meteen openzette voor de ingezetenen van de tien nieuwe lidstaten. Onder meer Frankrijk, Duitsland en België hielden daarvoor de deuren dicht tot dat vanaf 1 januari 2014 echt niet meer mocht.

De Britten hebben daarnaast bijzonder terechte bekommernissen die minder vocaal ook in andere lidstaten spelen. Een voorbeeld daarvan is het gehamer op de overdreven regulering en betutteling binnen de EU. Er zijn niet minder dan twintigduizend afzonderlijke richtlijnen, en nog eens meer dan tienduizend uitspraken van het Europees Hof van Justitie die eveneens rechtswaarde hebben. Alle Europese wetten samen beslaan meer dan honderdduizend bladzijden. Dat het allemaal te veel is doorgeschoten, heeft ondertussen ook de Europese Commissie erkend, waar ondervoorzitter Frans Timmermans de opdracht heeft gekregen om de regeldrift vanuit Brussel te beteugelen. Voorlopig met weinig succes.

De EU zou bij een brexit ook zijn rechtstreekse toegang verliezen tot het grootste financiële centrum ter wereld, de Londense City. Dat kan nadelige gevolgen hebben voor de financiering van bedrijven en overheden.

Natuurlijk zijn er problemen met de Britten, dat zal niemand ontkennen. Maar er zijn ook problemen met de Grieken, de Spanjaarden, de Portugezen,… Als de Europese Commissie en de leiders van de lidstaten er niet in slagen om hun burgers diets te maken dat de EU een meerwaarde is ondanks al die problemen, dan moeten ze niet schrikken als er burgers zeggen ‘van die boer geen eieren meer’.

Erkennen dat er redenen zijn dat de Britten hun buik vol hebben van Europa, of die argumenten nu steek houden of niet, is pas het begin. Daarna moeten die drogredenen ontkracht worden en de terechte bekommernissen ernstig behandeld. Sommigen zullen zeggen dat de EU zich daarmee te grabbel gooit aan populisme, anderen dat ze een debat aangaat met zijn burgers over welk Europa die nou eigenlijk willen. Die eersten hebben een punt, maar het zijn de laatsten die gelijk hebben.

Geniale visitekaartjes

Rembrandt‘We kunnen ons dat nu maar moeilijk inbeelden, maar in zijn tijd was Rembrandt veel bekender als grafisch kunstenaar dan als schilder’, zei Jaap Mulders bij de persopening van ‘Rembrandt in zwart-wit’ in Bozar, eind februari. ‘Ter illustratie: de eerste catalogus van zijn etsen dateert van 1751, voor zijn schilderijen was dat pas honderd jaar later.’

De Nederlandse collectioneur selecteerde voor het Paleis voor Schone Kunsten meer dan 80 etsen van Rembrandt van Rijn (1606-1669). Die dingen waren perfect om internationaal naambekendheid mee te vergaren. Met schilderijen lag dat een stuk moeilijker, legt Mulders uit. ‘Die hingen bij de eigenaars thuis, waar maar een select publiek ze kon bewonderen.’

Het genie van Rembrandt is ook in zwart-wit en vaak op miniem formaat onmiskenbaar. Of het nu gaat om zelfportretten, of afbeeldingen van bedelaars, naakte vrouwen of Bijbelse taferelen.

Opvallend is dat de figuren in zijn tekeningen niet stroken met het schoonheidsideaal van zijn tijd. Rembrandt had lak aan conventies. Neem het voorbeeld van Adam en Eva. Het stel dat bakkeleit over de vraag of ze die appel nu gaan opeten of niet, is niet jeugdig en volmaakt. Nee, het is een koppel dat al op een zekere leeftijd is, en ook niet bepaald mooi. En de slang in de boom? Rembrandt promoveerde die gewoon tot draak.

Rembrandt in zwart-wit, Bozar, nog tot en met 29 mei.

Beste Kamervoorzitter: nodig Mario Draghi uit!

14349212291_0aa86f8fa9_kHet is een queeste die ik al jaren voer: Mario Draghi, de voorzitter van de Europese Centrale Bank (ECB), naar het Belgisch federaal parlement krijgen. Jammer genoeg is dat tot op vandaag niets meer dan een sisyfusgang gebleken.

In mijn boek staat de voorgeschiedenis uitgelegd:

In oktober 2012 komt Mario Draghi op uitnodiging van de Bondsdag het omstreden inkoopprogramma voor staatspapier van de ECB verdedigen. ‘Vandaag ben ik hier om ons beleid toe te lichten’, zegt hij in het hol van de leeuw. ‘Ik ben hier ook om te luisteren. Ik wil uw mening horen over de ECB, over de economie in de eurozone en over de langetermijnvisie voor Europa.’ De parlementsleden grijpen die kans met beide handen. Achter gesloten deuren voelen ze Draghi stevig aan de tand, en geven hem hun bezorgdheden mee.

Mooi voor de Duitsers, maar wat met de Belgen en Nederlanders? Ook zij hebben de kans om Draghi uit te horen. De Italiaan heeft immers laten verstaan dat hij zal gaan waar hij uitgenodigd wordt. Dolenthousiast om Draghi in het eigen parlement te zien, bel ik Kamervoorzitter André Flahaut (PS) met de vraag of hij de ECB-voorzitter al geïnviteerd heeft in onze democratische tempel. Het blijkt onmogelijk om de man te spreken. Of mijn vraag ook op mail kan, vraagt zijn medewerkster. Natuurlijk, geen probleem. Drie weken en een aantal reminders later wacht ik nog altijd op een antwoord. Dus toch nog maar eens bellen. Alweer de medewerkster. ‘U weer’, klinkt het geërgerd. ‘Ik vraag het meneer Flahaut zo dadelijk nog eens en bel u dan terug.’

Een uur later krijg ik warempel antwoord. ‘Nee, er zijn geen plannen om Mario Draghi uit te nodigen. Daar hebt u uw antwoord. Dag.’ Ontgoocheld pols ik bij een aantal parlementsleden of zij geen verzoek kunnen indienen bij Flahaut, maar de desinteresse is stuitend. Net als de andere Belgen zitten de parlementsleden door de aanslepende onderhandelingen al meer dan vierhonderd dagen zonder regering. Maar zelfs met al dat vingergedraai blij Europa blijkbaar ook voor hen een ver-van-mijn-bedshow.

Het was absoluut een gemiste kans voor onze heren- en dames-volksvertegenwoordiger om de niet-democratisch verkozen monetaire tsaar aan de tand te voelen.

Gelukkig krijgen ze een herkansing om uitleg te vragen over Draghi’s beleid dat er voor zorgt dat vandaag ruim 250 miljard euro op de Belgische spaarboekjes aan koopkracht staat te verliezen. In een interview met het Duitse boulevardblad Bild gisteren verklaarde de Italiaan immers het volgende…

Schermafbeelding 2016-04-27 om 18.28.15

Als Draghi dus binnenkort weer naar de Bundestag trekt, kan hij evengoed doorsteken naar België. Vandaar deze warme oproep aan Siegfried Bracke (N-VA). Meneer de Kamervoorzitter: nodig die man terstond uit! En als hij komt, smokkel mij dan binnen.

De illuzie-volle blijheid der schoone dagen

14141492941_45c9839bad_k

© Eric Huybrechts

Zonet sloeg de hagel tegen de ruiten. Het geluid van een depressief seizoen. Zoals Lisa Genova zo mooi schreef in ‘Still Alice’… ‘The beginning of spring was an untrustworthy and ugly liar.’

Geen prille lentezon te zien dus, al dagen niet. Maar laat er ons toch even van dromen. En dan kan ik niemand beter bedenken dan een van mijn lievelingsauteurs, Cyriel Buysse. Uit zijn boek Lente (1907):

‘Zij waren buiten ‘t dorp gekomen en volgden nu met vlugge schreden den zandigen landweg, die in blonde bochten kronkelde, vlak zonder omgrenzende slooten noch boomen, als een lang, bleek, slingerlint, achteloos midden in de weelde der malschgroene lentevelden neergeworpen. De zachte meilucht was wazig-teerblauw met gouden glanzingen in ‘t westen, waar de zon achter verre boomen onderging, en overal zongen de leeuwerikjes met hun jubelende stemmen de illuzie-volle blijheid der nog vele, rijke en schoone dagen tegemoet.’

[…]

‘Wijdalom strekten de weelderige lente-landouwen zich uit. Het koren, een paar voet hoog, stond reeds in de aren, de heldergroene vlasgaarden lagen donzig als fijne fluweelen tapijten op den zachtgolvenden grond, en hier en daar in de verten schitterden, tusschen het pas ontloken, frischdoorschijnend groen van heesters en boomen, de lange, fijne, tintelgouden streepen en vlekken van het bloeiend koolzaad. Als eilandjes midden uit een groene-en-gouden zee, rezen de oude, groote boerderijen met hun bloeiende appelboomgaarden ten alle kanten op, en in den teerblauwen hemel vol kleine, rozig-witte wolkjes, orgelden eindeloos de zoete stemmetjes der leeuweriken.’

De lente doet lelijk, en is niet te vertrouwen, maar bij Buysse is ze in goede handen.