‘Vertrouw me, ik ben geen politicus’

Vandaag gaat in Trends de reeks De staat van onze staat van start. Daarin beschouw ik België op drie verschillende vlakken als een land. Hieronder een voorpublicatie. De eerste aflevering is hier te lezen, en natuurlijk in de papieren versie van het weekblad.

Steeds meer bedrijfsleiders werpen zich op als de beste CEO die een land kan wensen. De ervaring leert nochtans dat ze daar zelden potten breken.

‘Aha! Le plus beau! Le meilleur! Le plus intelligent!’

Zo luidde het antwoord dat Paul Vanden Boeynants in 1995 gaf op de vraag wat hij als journalist over zichzelf zou schrijven. Daarbij hield de christendemocraat de wijze raad van een van zijn voorgangers als Belgisch premier in gedachten. ‘Achille Van Acker heeft mij ooit gezegd: vriend, ge moet nooit zelf slecht over uzelf vertellen, de anderen gaan zich daarmee bezighouden.’

VDB

© Michel Huhardeaux

Het is niet moeilijk om bij het antwoord van VDB te denken aan Donald Trump, de vastgoedmagnaat die nu dienst doet als 45ste president van de Verenigde Staten. Er zijn nog wel enkele opmerkelijke gelijkenissen tussen de in 2001 overleden Brusselse zakenman en Trump. Ook VDB kwam van jongsaf in een (veel bescheidener) familiebedrijf terecht, werd doorheen zijn carrière achtervolgd door beschuldigingen van belangenvermenging, had een vechtrelatie met de pers, en stopte nooit met aan zijn bedrijf te denken. Toen hij in 1966 voor het eerst premier werd, bleef hij tegelijkertijd vleesmarchand. Elke ochtend was hij om zes uur te vinden op de beestenmarkt van Anderlecht vooraleer naar de zestien te trekken. Nog een laatste link: na zijn politieke carrière groeide VDB uit tot de spil van de Brusselse immobiliënwereld.

Donald Trump is niet de enige zakenman met politieke ambities. Vooral in Oost-Europa vindt zijn voorbeeld (en stijl) veel navolging. Zo is de steenrijke zakenman Andrej Babiš topfavoriet om in oktober in Tsjechië premier Bohuslav Sobotka op te volgen. Het is amper zes jaar geleden dat Babiš met het liberaal-populistische ANO een eigen partij oprichtte om een zakelijke regering mee aan te sturen, en komaf te maken met de overvloedige corruptie in het land. ANO deed het zo goed dat ‘Babisconi’ (een bijnaampje dat ontleend is aan een andere politieke zakenman, de Italiaanse ex-premier Silvio Berlusconi) minister van Financiën werd onder Sobotka, tot die hem in mei na onenigheid ontsloeg.

Babiš mag dan niet houden van de vergelijking met Trump – die hij maar een belabberde zakenman vindt – maar hij deelt wel diens aversie voor migratie en liefde voor politieke incorrecte uitspraken.

Ook in de andere Oost-Europese landen zijn er Trumpiaanse ondernemers-politici: denk maar aan Slowakije (Boris Kollár, slogan ‘Vertrouw me, ik ben geen politicus’), Servië (Bogoljub Karić), Letland (Aivars Lembergs) en Polen (Zbigniew Stonoga). Ze noemen zichzelf maar al te graag politieke outsiders en anti-establishment. Een andere mogelijke omschrijving is ‘niet onbesproken’. Zo is Karić beschuldigd van banden met de georganiseerde misdaad, en werd Lembergs meermaals aangeklaagd voor corruptie, witwassen van geld en machtsmisbruik. En omdat het zo’n opmerkelijk weetje is: Kollár heeft tien kinderen bij negen verschillende vrouwen.

Vergrootglas

Blijft de vraag of ondernemers veel toevoegen in de politieke arena. De praktijk suggereert dat het zelden een goede combinatie is. Echt succesvol was VDB’s tijd aan de politieke top niet, en het lijkt Trump zeker niet beter te vergaan. Italianen huiveren nog van de jaren-Berlusconi. De voorbije decennia is het in België met een vergrootglas speuren naar ondernemers die de overstap gemaakt hebben naar de politiek, en daarin succesvol waren. Het tegenovergestelde is gemakkelijker te vinden. Denk maar aan het Vivant-project van technologie-ondernemer Roland Duchâtelet, of de ultrakorte politieke loopbaan van voormalig Volvo Gent-topman Peter Leyman.

Schermafbeelding 2017-08-10 om 09.32.53

© MELLON

Kiezers mogen dan wel geloven dat een land te leiden valt als een bedrijf, dat maakt het nog geen realiteit. Wat is het onderste lijntje van de resultatenrekening van een overheid? Succes wordt hier niet gemeten in termen van winst, maar wel volgens de welvaart die ze aan een bepaalde kostprijs kan genereren. Dat houdt onder meer in dat ze voorziet in veiligheid, onderwijs en een sociaal vangnet.

Toch is het nuttig om als gedachteoefening België te beschouwen als een onderneming. Dat is wat we vanaf morgen drie weken lang doen. In de eerste aflevering maken we de staat van de staat op. Wat is de financiële situatie van België, hoe ziet zijn balans er uit, en wat zegt de bedrijfsdokter over de gezondheid daarvan?

De tweede aflevering bestudeert hoe vakbonden en werkgevers de sociale zekerheid besturen. Zij vormen daarmee sinds kort na de Tweede Wereldoorlog in zekere zin de ondernemingsraad van ons land. Maar spelen ze die rol ook met verve? En hoe democratisch is het dat ze als staat binnen de staat instaan voor het gros van de federale overheidsuitgaven? Is het niet beter dat een democratisch verkozen regering daar voluit over beslist?

Tot slot komen in het laatste deel de 11 miljoen burgers van België aan bod. Kunnen zij als aandeelhouders hun stem voldoende laten horen? Welke problemen zijn er daarbij, en wat zijn de mogelijke oplossingen? Daar maken we dus een staat voor de staat op.

Deze reeks kwam tot stand met steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s