Categorie archief: Europa

Beste Kamervoorzitter: nodig Mario Draghi uit!

Het is een queeste die ik al jaren voer: Mario Draghi, de voorzitter van de Europese Centrale Bank (ECB), naar het Belgisch federaal parlement krijgen. Jammer genoeg is dat tot op vandaag niets meer dan een sisyfusgang gebleken.

In mijn boek staat de voorgeschiedenis uitgelegd:

In oktober 2012 komt Mario Draghi op uitnodiging van de Bondsdag het omstreden inkoopprogramma voor staatspapier van de ECB verdedigen. ‘Vandaag ben ik hier om ons beleid toe te lichten’, zegt hij in het hol van de leeuw. ‘Ik ben hier ook om te luisteren. Ik wil uw mening horen over de ECB, over de economie in de eurozone en over de langetermijnvisie voor Europa.’ De parlementsleden grijpen die kans met beide handen. Achter gesloten deuren voelen ze Draghi stevig aan de tand, en geven hem hun bezorgdheden mee.

Mooi voor de Duitsers, maar wat met de Belgen en Nederlanders? Ook zij hebben de kans om Draghi uit te horen. De Italiaan heeft immers laten verstaan dat hij zal gaan waar hij uitgenodigd wordt. Dolenthousiast om Draghi in het eigen parlement te zien, bel ik Kamervoorzitter André Flahaut (PS) met de vraag of hij de ECB-voorzitter al geïnviteerd heeft in onze democratische tempel. Het blijkt onmogelijk om de man te spreken. Of mijn vraag ook op mail kan, vraagt zijn medewerkster. Natuurlijk, geen probleem. Drie weken en een aantal reminders later wacht ik nog altijd op een antwoord. Dus toch nog maar eens bellen. Alweer de medewerkster. ‘U weer’, klinkt het geërgerd. ‘Ik vraag het meneer Flahaut zo dadelijk nog eens en bel u dan terug.’

Een uur later krijg ik warempel antwoord. ‘Nee, er zijn geen plannen om Mario Draghi uit te nodigen. Daar hebt u uw antwoord. Dag.’ Ontgoocheld pols ik bij een aantal parlementsleden of zij geen verzoek kunnen indienen bij Flahaut, maar de desinteresse is stuitend. Net als de andere Belgen zitten de parlementsleden door de aanslepende onderhandelingen al meer dan vierhonderd dagen zonder regering. Maar zelfs met al dat vingergedraai blij Europa blijkbaar ook voor hen een ver-van-mijn-bedshow.

Het was absoluut een gemiste kans voor onze heren- en dames-volksvertegenwoordiger om de niet-democratisch verkozen monetaire tsaar aan de tand te voelen.

Gelukkig krijgen ze een herkansing om uitleg te vragen over Draghi’s beleid dat er voor zorgt dat vandaag ruim 250 miljard euro op de Belgische spaarboekjes aan koopkracht staat te verliezen. In een interview met het Duitse boulevardblad Bild gisteren verklaarde de Italiaan immers het volgende…

Schermafbeelding 2016-04-27 om 18.28.15

Als Draghi dus binnenkort weer naar de Bundestag trekt, kan hij evengoed doorsteken naar België. Vandaar deze warme oproep aan Siegfried Bracke (N-VA). Meneer de Kamervoorzitter: nodig die man terstond uit! En als hij komt, smokkel mij dan binnen.

Helikoptergeld

Er zijn minstens twee woorden die ik consequent verkeerd schrijf, of beter gezegd, één op de twee keer verkeerd schrijf omdat ik hun correcte schrijfwijze echt niet kan onthouden. Dat zijn helickopter en lockatie.

Dus vloek ik ook elke keer bij het horen van de term ‘helikoptergeld’. Die uitdrukking verwijst naar een uitspraak van Milton Friedman, de vader van het monetarisme, die zei dat inflatie kan gecreëerd worden door geld uit een helikopter te gooien. Mensen zullen het oppikken en uitgeven, en zo de economie stimuleren, wat leidt tot hogere prijzen.

Om de zoveel tijd komt de vraag naar helikoptergeld aanvliegen. In Japan bijvoorbeeld, dat al twee decennia kampt met deflatie, of in elk geval het ontbreken van inflatie. Nu krijgt het veel media-aandacht als mogelijke ‘oplossing’ voor het probleem van de Europese Centrale Bank (ECB) dat de inflatie in de eurozone ver onder haar doelstelling blijft van ‘minder dan, maar dicht bij 2 procent’.

Door cheques uit te delen met vers geprint geld zou de ECB inflatie kunnen creëren, zo luidt de redenering. Dat is een slecht idee, niet alleen omdat het in de praktijk quasi onhaalbaar is, maar vooral omdat het ongewenst is. Hieronder enkele terechte en vermeende bezwaren.

Het mag niet

‘Het is geen monetair, maar budgettair beleid’, verklaarde Klaas Knot, de voorzitter van De Nederlandsche Bank en één van de 25 ECB-bestuurders.
Maar is dat wel zo? Hoewel het in de praktijk absoluut budgettair beleid is, kan het achterliggende idee verkocht worden als monetair beleid. Door burgers rechtstreeks geld in de zakken te stoppen, kan de ECB proberen om de economische groei snel aan te wakkeren, en daarmee hopelijk ook de inflatie.
Principiële bezwaren zijn ook maar wat ze zijn. Zowel kwantitatieve versoepeling (het opkopen van schuldpapier om geld in het financieel systeem te pompen) als het opkopen van staatsobligaties kon absoluut niet, tot het wel kon.

Het mag niet (2)

Het uitdelen van geld aan burgers door de ECB zou volgens menig tegenstander monetaire financiering zijn, maar dat klopt niet. Artikel 123 paragraaf 1 van het Europees Verdrag verbiedt de ECB enkel het rechtstreeks opkopen van schuldpapier van overheden. Als Frankfurt beargumenteert dat zijn helikoptergeld noodzakelijk is om zijn inflatiedoelstelling te halen, valt daar juridisch weinig tegen in te brengen. Zolang de ECB dus maar rechtstreekse financiering van overheden vermijdt.

Het is niet uitvoerbaar

Hoe kan die ECB-cheque dan bij de burgers belanden? Het lijkt mij onmogelijk om een bedrag op de bankrekening van alle inwoners van de eurozone bij te schrijven zonder dat daar een bureaucratie bij komt kijken die uitmaakt wie er recht op heeft.
Een voor de hand liggend vehikel is het aangifteformulier, waarop het bankrekeningnummer van de belastingplichtige vermeld staat. Merk wel op dat je dan enkel de burgers hebt, niet de inwoners (wat bijvoorbeeld met het miljoen vluchtelingen in Duitsland?). De ECB-cheque zou dan wel uit een van de overheid afgeschermde geldpot moeten komen (die laatste stelt enkel haar ‘infrastructuur’ ter beschikking) om het verwijt van monetaire financiering te vermijden.

Het heeft geen nut

Het kan lang duren vooraleer het geld effectief op de rekeningen van de begunstigden belandt, waardoor het nut van de hele operatie in gevaar komt. En zelfs al staat het er morgen op, dan nog is er geen garantie dat de burger er iets mee doet. In België staat er meer dan 260 miljard euro op spaarrekeningen aan koopkracht in te leveren door de negatieve reële rente. Het is dus niet alsof consumenten geen geld hebben om te consumeren. Zal een extra geut hun echt van gedachten doen veranderen (‘jochei, 250 euro, daar ga ik vandaag nog iets mee kopen’)?

Het mag niet (3)

Er gaan stemmen op dat de overheden beter dat geld zouden krijgen via een eeuwigdurende staatsobligatie met een nulrente, omdat zij het snel kunnen investeren.
Eerst en vooral geloof ik daar niets van. De wielen van de overheid malen traag, denk maar aan de onvermijdelijke aanbestedingsprocedures en allerhande vergunningsvereisten voor infrastructuurwerken. Maar belangrijker nog, het kan naar mijn inschatting gewoon niet. Een schuld, zo leert het woordenboek, is ‘geld dat iemand nog moet betalen’. Aangezien er bij een eeuwigdurende staatsobligatie met een nulrente geen schuld wordt opgebouwd, kan er ook geen sprake zijn van een lening. Het is dan een gift pur sang.
Wat dan met het argument, ‘ja maar, het mag wel want de ECB heeft die schuldtitels gekocht via de secundaire markt’. Het verbod op monetaire financiering spreekt immers enkel van primaire uitgiftes, dus staatspapier dat meteen van overheden gekocht wordt. Via de secundaire markt, zijn het eerst institutionele spelers die de effecten opkopen, waarna de ECB die van hen overneemt.
In dat geval verwijs ik graag naar deze Verordening uit 1993, die stipuleert dat “aankopen op de secundaire markt niet gebruikt mogen worden om het artikel dat monetaire financiering verbiedt te omzeilen”. Het is duidelijk dat dit een absolute omzeiling zou betekenen.

Het is gevaarlijk

Voor mij is het belangrijkste argument om het niet te doen, dat het voor een enorm gevaarlijk precedent zorgt. Het valt in die zin te vergelijken met een devaluatie. Het is een politiek gemakkelijke, maar kortstondige oplossing die op termijn vaak voor meer miserie zorgt dan wanneer er pijnlijke hervormingen waren geweest. Denk maar aan landen als Italië die decennialang devalueerden… Lichtende paden… hum.
Over wat er volgens mij dan wel moet gebeuren, verwijs ik graag naar dit opiniestuk.

Mario Drag­hi duwt aan een touw­tje, maar wel steeds har­der

Het Eu­ro­pees mo­ne­tair be­leid ver­liest zijn ge­loof­waar­dig­heid omdat het een chro­nisch po­li­tiek pro­bleem pro­beert op te los­sen met steeds meer, en steeds goed­ko­per geld.

[Opiniestuk verschenen op De Tijd]

‘We lopen het ge­vaar het mo­ne­tair be­leid een be­lang­rij­ke­re rol toe te dich­ten dan het wer­ke­lijk heeft, en er meer van te ver­wach­ten dan het kan be­rei­ken’, schreef Mil­ton Fried­man in 1968.

Bij mo­ne­tair be­leid past be­schei­den­heid, stel­de de vader van het mo­ne­ta­ris­me. ‘Het kan voor­ko­men dat geld zelf een enor­me bron van eco­no­mi­sche pro­ble­men wordt. Als dat als een ne­ga­tie­ve om­schrij­ving klinkt – ver­mijd grote fou­ten – dan is het omdat dat ook voor­na­me­lijk zo is.’

Het is een waar­schu­wing die de be­stuur­ders van de Eu­ro­pe­se Cen­tra­le Bank (ECB) vol­le­dig over­boord heb­ben ge­gooid. Ze zijn jaren ge­le­den nood­ge­dwon­gen be­gon­nen aan een tocht door on­ver­ken­de ge­bie­den. Door de fi­nan­ciële cri­sis, en voor­al de eu­ro­cri­sis, zijn de hei­lig ge­waan­de prin­ci­pes van Wal­ter Ba­ge­hot ge­na­de­loos op de schop ge­gaan. De in­vloed­rij­ke 19­de-eeuw­se jour­na­list, ju­rist en staats­man legde in 1873 drie ba­sis­prin­ci­pes vast waar­aan een kre­diet­ver­schaf­fer van de laat­ste toe­vlucht moet vol­doen: leen vol­uit, tegen een straf­ren­te en tegen een on­der­pand van on­be­ris­pe­lij­ke kwa­li­teit.

De ECB deed op ter­mijn enkel nog het eer­ste. Maar ter­wijl dat haar ver­ge­ven kan wor­den in tij­den van exis­ten­tiële cri­sis – om het mo­ne­tair be­leid van een eu­ro­zo­ne te voe­ren moet er na­tuur­lijk wel nog een eu­ro­zo­ne zijn – gaat het nu om wan­ho­pi­ge maat­re­ge­len om een chro­ni­sche, in plaats van een acute cri­sis aan te pak­ken.

De laat­ste daar­van is dat de ECB haar be­lang­rijk­ste ren­te­ta­rief ver­laagt tot 0 pro­cent, en dat de de­po­si­to­ren­te (de ver­goe­ding die ban­ken krij­gen om hun over­schot­ten voor de nacht in Frank­furt te stal­len) daalt tot -0,4 pro­cent.

Eens te meer on­ge­zien, en eens te meer for­ser dan ver­wacht, zowat het keur­merk van voor­zit­ter Mario Drag­hi. Ook ty­pisch: van­daag zijn de beur­zen laai­end en­thou­si­ast, mor­gen vin­den ze het nog net ge­noeg, en over­mor­gen eisen ze meer.

Wie ge­looft nog dat Drag­hi en co met hun fi­nan­ciële al­che­mie de eco­no­mie en de in­fla­tie op gang kun­nen trek­ken? Ze duwen aan een touw­tje, zij het steeds wan­ho­pi­ger, en steeds har­der.

Be­drij­ven hon­ge­ren niet naar kre­die­ten. Ze zit­ten op een berg cash, ge­tui­ge ook de mas­sa­le in­koop van eigen aan­de­len door beurs­ge­no­teer­de be­drij­ven. Grote be­drij­ven geven langs de ban­ken om spot­goed­koop schuld­pa­pier uit, voor­al om zich te her­fi­nan­cie­ren, min­der om te in­ves­te­ren. Daar­in wor­den ze nu trou­wens ver­der ge­hol­pen door de ECB, dat die obli­ga­ties gaat op­ko­pen en zo die fi­nan­cie­ring nóg goed­ko­per maakt.

De rente is nu al ex­treem laag: het ren­de­ment op tien­ja­rig schuld­pa­pier van AB InBev is bij­voor­beeld 1,4 pro­cent, dat op Sol­vay 2,4 pro­cent. Als be­drij­ven bij dat soort bo­dem­ta­rie­ven niet in­ves­te­ren, gaan ze het ook niet doen als de rente nóg wat meer zakt.

De iro­nie is dat wie de hij­ge­ri­ge Twit­ter-com­men­ta­ren volg­de, zag hoe hap­pig Eu­ro­pe­se po­li­ti­ci waren om hun me­ning te ven­ti­le­ren over het mo­ne­tair be­leid van de ECB. Iro­nisch, want het is net van die po­li­ti­ci dat we meer mogen ver­wach­ten.

An­de­re be­leids­do­mei­nen moe­ten na­me­lijk ook hun taak doen, gaf Drag­hi te­recht aan. Het gaat dan om struc­tu­re­le her­vor­min­gen die de pro­duc­ti­vi­teit ver­ho­gen, het on­der­ne­mers­kli­maat ver­be­te­ren en in­fra­struc­tuur­in­ves­te­rin­gen sti­mu­le­ren. Al­le­maal vlak­ken waar­op er nog zo­veel kan ge­beu­ren.

Ik pik er even de ach­ter­blij­ven­de in­fra­struc­tuur­in­ves­te­rin­gen uit. Daar­bij wordt vaak ver­we­zen naar de Eu­ro­pe­se eis dat de lid­sta­ten hun be­gro­tings­te­kort onder con­tro­le hou­den. Een land als Duits­land heeft ech­ter nog meer dan ge­noeg bud­get­tai­re marge, en een grote nood aan der­ge­lij­ke in­ves­te­rin­gen, maar het wei­gert dat prin­ci­pi­eel te doen in een bi­zar­re wed­strijd tegen God-weet-wie om hei­li­ger te zijn dan de paus.

Voor de lan­den die wei­nig bud­get­tai­re marge heb­ben, is er dan weer het pro­bleem dat over­he­den nieu­we in­ves­te­rin­gen met­een vol­le­dig in de boe­ken moe­ten op­ne­men en die dus niet meer mogen uit­sme­ren in de tijd. Dat zet een rem op de bud­get­tai­re mo­ge­lijk­he­den om de eco­no­mie te on­der­steu­nen.

De Eu­ro­pe­se Unie zou die be­gro­tings­re­gels niet al­leen op dat vlak moe­ten her­zien. Moch­ten die re­gels toe­staan dat over­he­den op­breng­sten van struc­tu­re­le maat­re­ge­len zoals het ver­ho­gen van de pen­si­oen­leef­tijd deels kun­nen ver­dis­con­te­ren (wat be­te­kent dat la­te­re be­spa­rin­gen kun­nen door­ge­re­kend wor­den naar de hui­di­ge fi­nan­ciën), kan ook dat bij­dra­gen aan het op­los­sen van de im­pas­se.

Hoe ver­fris­send zou het tot slot zijn mocht een Eu­ro­pe­se top eens gaan over der­ge­lij­ke groei­be­vor­de­ren­de maat­re­ge­len? En hoe fijn zou het zijn mocht de Eu­ro­pe­se Com­mis­sie eens met een am­bi­ti­eu­ze groei­a­gen­da naar bui­ten komen, in plaats van met het half­slach­ti­ge pap­werk dat voor­zit­ter Jean-Clau­de Junc­ker voor­lo­pig klaarge­kauwd krijgt?

Of naar ana­lo­gie met Fried­man: we lopen het ge­vaar het po­li­tiek be­leid een min­der be­lang­rij­ke rol toe te dich­ten dan het wer­ke­lijk heeft, en er min­der van te ver­wach­ten dan het kan be­rei­ken.

Juiste contractbreuk, verkeerde schuldige

In dit interview uit De Tijd afgelopen weekend, doet de Belgische minister van Financiën Johan Van Overtveldt (foto), enkele tenenkrullende uitspraken over Europa’s terugfluiten van de overwinstrulings die België had toegestaan.

Volgens dat fiscaal gunstregime danken internationaal actieve bedrijven een deel van de winst die ze in België boeken aan het feit dát ze wereldwijd actief zijn. De ruling maakte het mogelijk voor hen om op dat ‘internationale’ deel van hun winst geen belastingen te betalen. De concrete hoogte van de vrijstelling hing af van de specifieke ruling van de belastingdienst.

Rulings zijn voor bedrijven belangrijk voor de rechtszekerheid. Dankzij de voorafgaande akkoorden weten ze waar ze zich aan kunnen verwachten. Een land verbindt er zich – op zijn minst moreel – toe om de gemaakte afspraken te honoreren. Vrijwel alle Europese lidstaten hebben een dergelijke rulingdienst.

Tegelijkertijd is duidelijk dat hier ruimte ligt voor opportunisme en misbruik. Lidstaten kunnen via heel voordelige rulings bedrijven overtuigen om hun activiteiten hier te houden, of naar hier te halen. Dat kunnen ook financiële stromen zijn. Het bekendste voorbeeld daarvan is LuxLeaks. In dwergstaat Luxemburg konden bedrijven jarenlang profiteren van belastingtarieven van minder dan 1 procent op de inkomsten die ze naar daar verhuisden. Ook Nederland kwam al meermaals flink in opspraak (voor praktijken die al jaren gekend waren, zie postbusje komt zo).

Het is duidelijk dat de lidstaten motieven hebben om elkaar fiscaal vliegen af te vangen, en dat de Europese Unie met haar focus op een gelijk speelveld voor iedereen daar problemen mee heeft.

Dat verklaart wat met België gebeurd is. Europees commissaris voor Mededinging, Margrethe Vestager (foto), vond dat de bovenvermelde overwinstrulings niet door de beugel konden. Ze eist nu dat enkele tientallen multinationals samen liefst 700 miljoen euro terugbetalen. Daardoor wordt België als investeringsland minder aantrekkelijk, merken de interviewers van De Tijd op, waarop Van Overtveldt als volgt reageert:

‘Zonder die rulings zouden veel van die multinationals hier wellicht niet hebben geïnvesteerd. Dan hadden we ook de jobs niet gehad, noch de sociale bijdragen die de multinationals al die jaren betaald hebben.’

Daar valt iets voor te vertellen. Omgekeerd is het zo dat ze dan misschien ergens anders zouden geïnvesteerd hebben, waardoor dat andere land inkomsten is misgelopen.

Van Overtveldt houdt er de bijzonder vreemde stelling op na dat Vestager het recht heeft om die rulings in vraag te stellen, maar dat ze niet zou mogen eisen dat België de bedragen terugvordert van die bedrijven.

Als Europa model wil staan voor rechtszekerheid, moet je zo’n dingen niet doen. Europa is daar op een brutale manier in tegenspraak met zichzelf.’
(op dreef) ‘Wat Europa doet, is buitengewoon lichtzinnig. Het gaat om contractbreuk. Je bent een engagement aangegaan met die bedrijven en dan moet je plotseling zeggen dat het maar om te lachen was. Dat is zeer schadelijk voor onze reputatie.’

Daarmee spant de minister de kar voor het paard, én gaat hij domweg in de fout.

Eerst dat van die kar, en dat paard. De Europese Unie kan niet op alle vlakken het toonbeeld zijn van rechtszekerheid omdat de lidstaten haar daar niet toe in staat stellen. Neem het ontbreken van een gemeenschappelijke grondslag voor de berekening van de vennootschapsbelasting bijvoorbeeld. Of ruimer, een helder fiscaal kader dat belastingconcurrentie toelaat zonder aan te schurken tegen ‘legale’ belastingontwijking.

‘Oneerlijke belastingvoordelen toekennen aan de happy few vervalst mededinging en is daarom in strijd met Europese staatssteunregels’, zei EU-commissaris voor Economie, Pierre Moscovici vorig jaar. ‘Het schaadt ondernemingen die hun belastingen eerlijk betalen en het is oneerlijk tegenover Europese belastingbetalers.’

De Commissie maakt nu (voorzichtig) werk van een gelijker speeldveld, hopelijk de voorbode van een Europees wettelijk kader. Vanaf 2017 zullen alle EU-landen informatie uitwisselen over al hun grensoverschrijdende fiscale rulings en prijsregelingen.

Van Overtveldts volledig foute redenering is dat Europa contractbreuk zou plegen. Het is niet de EU die een engagement met die bedrijven is aangegaan om daar vervolgens op terug te keren, maar wel België. Vestager geeft impliciet de boodschap dat België contractbreuk heeft gepleegd met de andere lidstaten van de Europese Unie, waarmee het tot een eengemaakte markt probeert te komen.

Op één punt slaat Van Overtveldt wel nagels met koppen:

‘Het is volstrekt naïef om te denken dat die bedrijven hun portefeuille gaan openen en braafjes betalen. In hun plaats zou ik dat ook niet doen.’

Hoe onpopulair het ook is voor de publieke opinie, die bedrijven hebben overschot van gelijk. Het zou België sieren om zijn toezeggingen na te komen. Al is het maar voor die rechtszekerheid die Van Overtveldt zo belangrijk vindt.

 

De bevrijder die nooit kwam

Heel even in Warschau. Geen stad die meteen het hart verwarmt, ook al hebben ze ongelofelijk hun best gedaan met sfeervolle kerstverlichting. De feestelijke lampjes kloppen lange dagen, aangezien het hier al tegen vier uur ’s middags donker is.

WarschauBij het door de stad kuieren gisteravond, passeerde ik langs het Krasinksi-plein, waar een mooi monument staat. Hiernaast is een fragment te zien, via Google zijn totaalplaatjes te vinden.

Er hoort een opmerkelijk verhaal bij. Op 1 augustus 1944 begon in Warschau een opstand tegen de Duitse bezetter die 62 dagen zou duren. De Polen hadden gehoopt dat het Sovetleger hen zou bevrijden, maar Stalin vond het strategisch verstandiger om te wachten tot beide vechtende partijen zo uitgeput waren dat er nog weinig weerstand zou zijn als hij besloot om ten lange leste de stad in te nemen.

De represailles van de Duitsers, die er in slaagden om de opstand neer te slaan, waren niet min. Ze maakten Warschau bijna met de grond gelijk. Toen ze zich na maanden van plunderen uit de stad terugtrokken, zag Stalin zijn kans schoon. Er kwam nooit een bevrijder, enkel een bezetter. De Polen zouden nog meer dan veertig jaar moeten wachten op hun vrijheid…

Pas in 1989 kwam er op het Krasinksi-plein een monument dat de opstand herdacht. Het communistisch regime had dat steeds geweigerd omwille van de vijandigheid die het zou oproepen ten aanzien van de Sovjet-Unie. Pas toen het land zijn onafhankelijkheid herwon, kon het beeld van Wincenty Kućma tegen het decor van architect Jacek Budyn er komen. De bronzen figuren komen al vechtend tevoorschijn uit een ingestort gebouw.

Zelf vind ik het wel knap, al heeft de historische bevoogdende stijl van het socialistisch realisme voor mij natuurlijk geen geladen betekenis. Dat was wel wat anders voor de Polen, waarvan velen het monument  bij de onthulling daarom niet konden smaken.

Factcheck: Volstaat een gewone meerderheid voor EU-quota?

In (onder meer) De Tijd staat deze week dat een gewone meerderheid zou volstaan om balorige Oost-Europese landen quota op te leggen voor de opvang van vluchtelingen. Hier de passage:

Over een goede drie weken, op 8 oktober, is een nieuwe vergadering gepland van de EU-ministers. ‘We geven enkele landen nog wat tijd om goed na te denken’, zei Timmermans veelbetekenend. Hij gaf ook aan dat er op 8 oktober wel degelijk een beslissing valt. De landen die nu tegenstribbelen, krijgen dan opvangquota opgelegd. De beslissing kan immers met meerderheid van stemmen genomen worden.

Naar ik meen te herinneren, is er op dit vlak evenwel geen ‘gewone’ meerderheid nodig, maar wel een gekwalificeerde meerderheid (QMV). Navraag bij Hendrik Vos, Europa-specialist aan de Universiteit Gent, bevestigt dat.

Pro memorie, voor een gekwalificeerde meerderheid zijn de regels voor goedkeuring als volgt:

  • minimaal 55% van de lidstaten is voor.
  • deze lidstaten vertegenwoordigen minstens 65% van de inwoners van de EU.

Omdat niets ooit eenvoudig is in de EU, hebben we het hier echter niet over een ‘gewone’ QMV. Het gaat namelijk over een thema waar het VK, Ierland en Denemarken een opt-out voor bedongen hebben. Zij worden dus ook niet bij die besluitvorming betrokken.

Van de ‘resterende’ 25 EU-landen moeten er om de quota door te drukken daarom minstens 14 lidstaten vóór stemmen, en samen moeten zij meer dan 280.985.000 burgers vertegenwoordigen. Geen van beide criteria mag moeilijkheden opleveren. De kans dat er twaalf of meer lidstaten tegenstemmen is heel klein, en het burgercriterium is vlot binnen dankzij de steun van de grote lidstaten.

Moeilijk werkbare praktijk

Het ziet er dus naar uit dat Hongarije, Tsjechië, Slowakije en Roemenië het onderspit zullen delven. Of niet? ‘Als de meerderheid tegen de minderheid in beslist om quota op te leggen, zal dat in de praktijk toch moeilijk werkbaar zijn’, legt professor Vos uit. ‘Als bijvoorbeeld Hongarije of Slowakije weigert om een vluchteling op te vangen, dan kan de Europese Commissie een inbreukprocedure starten en een paar jaar later zal het Hof van Justitie dan vermoedelijk bevestigen dat ze in de fout zijn gegaan. Daar schiet niemand veel mee op.’

Het blijft daarom de bedoeling om naar een meer omvattend plan te gaan dat op volledige consensus kan rekenen, zegt Vos. ‘Daarbij wordt dan onvermijdelijk alles aan alles gekoppeld. Dus ook duidelijke engagementen voor een sterkere bewaking van de buitengrenzen, hulp aan regio’s in nood zodat vluchtelingen minder de neiging hebben om naar hier te komen, een lijst veilige landen, en ga zo maar door.’

Dat moet dan wel gebeuren op een hoger niveau dan dat van de ministers van Binnenlandse Zaken, stipt hij aan. ‘Dan heb je dus een extra top nodig op het niveau van de Europese Raad. Ik denk dat de kans groot is dat die er komt, ergens volgende week of zo.’

Vluchten zonder meer

Ik heb de asielcrisis als journalist eerder passief gevolgd, tot ik deze week op de trein toevallig naast Rudy Coddens bleek te zitten. De voorzitter van de afdeling OCMW’s bij de Vlaamse Steden en Gemeenten (en OCMW-voorzitter van de stad Gent) was zo vriendelijk om later bij een koffie uit te leggen hoe Gent met de instroom van erkende vluchtelingen omgaat. Dat interview is te lezen op de website van Trends.

‘We kunnen op dit ogenblik de situatie beheren’, zei Coddens. ‘Of we die zullen kunnen blijven beheersen, is een andere vraag.’

Gent blijkt met een zevenhondertal erkende asielzoekers vrij ‘populair’. ‘Wij willen als stad solidair zijn, maar zeker ook niet de boodschap geven dat iedereen maar hierheen moet komen’, aldus Coddens. ‘Er zijn grenzen, ook aan het draagvlak.’

Vandaag opent De Tijd met de rekensom dat de asielcrisis 120 miljoen euro extra kost aan leeflonen. Dat is omgerekend 0,03 procent van ons bruto binnenlands product (bbp). In vergelijking met Duitsland is dat weinig. Daar schat de regering de (weliswaar ruimere) kostprijs voor het opvangen en integreren van vluchtelingen voor volgend jaar op 1,8 tot 3,3 miljard euro. Dat komt neer op 0,06 tot 0,11 procent van het bbp.

Die ruime vork heeft veel te maken met de omvang van de instroom. De Duitse regering gaat voorlopig uit van zo’n 800.000 vluchtelingen, maar begrenst dat niet. Zo verklaarde het hoofd van het Duitse Bundesamts für Migration und Flüchtlinge, Manfred Schmidt, afgelopen maandag ‘dat er geen bovenlimiet kan zijn voor de opvang van mensen die vluchten voor vervolging en bescherming nodig hebben’.

België kan dus beter. Gelukkig floot premier Charles Michel (MR)  al Theo Francken (N-VA) terug. De staatssecretaris voor Asiel en Migratie had gezegd dat ‘ons land niet meer dan 250 asielaanvragen per dag kan verwerken’. In de woorden van Tijd-commentator Bart Haeck:

Niemand beweert dat migratie en nadien integratie makkelijk is, maar per duizend mensen één iemand helpen die een oorlog ontvlucht, zou niet te veel gevraagd mogen zijn. Er is geen goede reden om het niet te doen.

Schrijnende toestanden

11221456_10153622862604510_3627813852890437927_n

Op zijn minst vangt België mensen op. De schrijnende inleiding hiernaast stond gisteren in The New York Times. Een radio-correspondent van de BBC legde de vinger op de wonde: ‘The EU system is broken and in tatters. There does not seem to be any plan here.’

De EU blijft onmachtig om een coherente strategie uit te werken en aan te hangen om de vluchtelingen als Unie op te vangen. Dat sommige landen er voor kiezen om te negeren dat er een humanitaire crisis aan de gang is, verandert de feiten niet. Zoals de Vlaamse dichter Peter Verhelst het deze week naar aanleiding van de dood van de driejarige Aylan Kurdi verwoordde:

Waar de wolken en de luchten van ons zijn, bedoel ik
Daar was het.

De humanitaire crisis in Syrië en daarbuiten is natuurlijk al langer bezig dan vandaag. Op dit ogenblik probeert het Westen halfslachtig met de gevolgen om te gaan, maar het doet bitter weinig om de oorzaken aan te pakken.

Dat vraagt wel om een duidelijke defensiestrategie, waaronder een heus Europees leger, en de moed om boots on the ground te zetten buiten ons eigen continent. Al te vaak verschuilen de Europese leiders zich achter politieke spelletjes in de VN om hun onvermogen te motiveren.

Net zoals de integratie van de vluchtelingen in het Westen zullen vredestroepen in het Oosten niet op een paar jaar klaar zijn. Dat is een werk van lange adem. Maar dat maakt het niet minder lovenswaardig. Integendeel.

Ik moest de voorbije dagen meermaals denken aan een uitspraak van de Canadese sociaal-democratische politicus Tommy Douglas (1904 – 1986):

De mens kan nu door de lucht vliegen als een vogel, in de oceaan zwemmen als een vis, hij kan in de grond graven als een mol. Als hij nu maar eens over de aarde kon wandelen als een mens, dan was dit het paradijs.

IMF kan, maar moet niet altijd betrokken zijn bij schuldherschikkingen

In de vorige blogpost verwees ik al naar een recent verschenen working paper van Carmen Reinhart. Daarin zet de topeconome van Harvard University het spotlicht op een hier in Europa onbekende econoom: de net als haar in Cuba geboren Carlos Díaz Alejandro. De man overleed in 1985 op 48-jarige leeftijd aan een longontsteking (hier de necrologie van The New York Times).

De reden voor haar interesse in het werk van Díaz Alejandro is simpel. In This Time Is Different, de economische bestseller die Reinhart in 2009 uitbracht samen met haar collega Kenneth Rogoff, trekt ze lessen uit het bestuderen van 800 jaar economische en financiële crisissen. Díaz Alejandro deed iets gelijkaardig, maar beperkte zich tot  de Latijns-Amerikaanse crisissen van het derde en achtste decennium van de vorige eeuw.

‘Carlos leeft vandaag intellectueel nog altijd en zijn werk is enorm pertinent voor de uitdagingen van onze tijd’, bezweert Reinhart. Dat valt overigens al af te leiden uit de titel van zijn bekendste werk, ‘Goodbye Financial Repression, Hello Financial Crash’, uit 1984.

De paper is zeker de moeite van het lezen waard, al blijft Reinhart jammer genoeg veel te vaag bij het beantwooorden van de vraag die ze zelf in het begin als teaser opwerpt: ‘Is another Latin American crisis brewing?’

Zelf vind ik de passages waarin de inzichten van Díaz Alejandro over het Internationaal Monetair Fonds (IMF) aan bod komen, de interessantste. In 1982 schreef hij daarover in een paper met co-auteur Edmar Lisboa Bacha het volgende:

‘Pogingen om expliciete en universele regels vast te leggen om schuld te herschikken waaronder de vereiste dat het IMF er ten alle tijd bij moet betrokken zijn, lijken onder de huidige omstandigheden ongepast.’

In een werkstuk uit 1984 ging hij daarop door:

‘Niettegenstaande er twijfels bestaan over het beleid en de kredietpolitiek van het IMF, valt te verdedigen dat het beter was om een imperfect IMF te hebben, dan helemaal geen IMF. Het is echter maar de vraag of het IMF altijd een rol moet spelen in een crisis. Een internationaal mechanisme dat vergelijkbaar is met de ‘faillissementsrechters’ in de VS bijvoorbeeld, laat nog altijd op zich wachten. Het IMF is niet geschikt om die rol van van rechter op zich te nemen, aangezien het zelf geld leent en uitleent, ook al is dat niet met de bedoeling er winst mee te maken.’

Dat deed mij denken aan het interview dat ik enkele maanden geleden had met Paul Blustein (verschenen in Trends, 04/06/2015). Die expert in internationaal economisch beleid aan het Centre for International Governance Innovation (CIGI) doet al een hele tijd diepgravend onderzoek naar het reilen en zeilen bij het IMF. Hij legde in ons gesprek uitstekend uit hoe het kunnen gebeuren is dat de brandweer naar huis reed terwijl de rook al binnenwaaide, en hoe ze het late bluswerk bovendien ook nog eens verkeerd aanpakte. Warm aanbevolen, alhier.

Ik haal er een enkele passage uit die mooi aansluit op wat Díaz Alejandro zei:

Paul Blustein: ‘Als het IMF effectief gelooft dat een Griekse schuldherschikking nodig is, dan moet het eisen dat de hele eurozone mee in bad gaat. De overheden die geld geleend hebben aan Griekenland moeten dan een deel van hun vordering laten vallen. Als die bestuurselite dat weigert, dan moet het IMF consequent zijn en een punt zetten achter zijn betrokkenheid in Europa. Als het daarna verkeerd loopt, hoort het wel klaar te staan om Griekenland te helpen bij een grexit.’

De uitzichtloze tocht door het Griekse tranendal

‘Als het volk door de moeilijkheden heen kan bijten die gepaard met een politiek van stabilisatie, liberalisering en het opbouwen van instellingen, dan zal het aan de andere kant van het tranendal tevoorschijn komen in het licht van Westerse vrijheid en welvaart.’

Nee, dit is geen actuele uitspraak naar aanleiding van de Griekse ‘doorbraak’ (sta toe dat ik daar mijn reserves bij heb). Het zijn de mooie woorden die de Amerikaanse buitenlandexpert Michael Mandelbaum in 1993 neerschreef over de economische transformatie van de Oost-Europese landen na de val van de Sovjet-Unie.

Hoeveel in Griekenland van die vrijheid overblijft na de Oost-Duitse curatele (in de woorden van De Tijd-commentator Kurt Vansteeland), is maar zeer de vraag.

Hoe zit het dan met die trip richting Westerse welvaart? Nou…

De innemende Carmen Reinhart, die ik in 2013 heb geïnterviewd voor De Tijd (artikel hier, filmpje hier) over de schuldproblemen in de eurozone, doet in een recent verschenen working paper een deprimerende vaststelling:

‘Als de projecties voor de komende jaren ongeveer juist zijn, dan zal het bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking (bbp per capita) in Griekenland pas na 2020 weer op het niveau van vóór de crisis belanden.’

Een echt verloren decennium dus.

Een tranendal werkt enkel louterend als er aan het einde vrijheid en welvaart lonkt. Het Europese plan dat nu op tafel ligt, legt uit (begrijpelijk) wantrouwen de vrijheid van de Griekse regering aan banden, en belooft het Griekse volk dat er op lange termijn welvaart komt.

Een hoopvol perspectief is dat niet, daarvoor is de pijn te concreet en zijn de voordelen te vaag. De crediteurs tonen het Griekse volk maar één hand, en dat is die waar de zweep in ligt.

In de andere hand moet het geschenk van clementie liggen. Wat volgens mij te vaak vergeten wordt, is dat de torenhoge schuldgraad van Griekenland (dit is de uitstaande overheidsschuld ten opzichte van het bbp, nu zo’n 180 procent) in grote mate te wijten is aan de enorme daling van dat bbp. Dat lag in 2014 een vijfde lager dan in 2010.

De economie blijft echter in de wurggreep van de schuld zolang die onhoudbaar is. Die laatste moet immers terugbetaald worden uit de welvaart die binnen een land gecreëerd wordt. Hoge terugbetalingen onttrekken middelen die anders naar investeringen – zeg maar ruimer ‘toekomstige welvaart’ – kunnen gaan. De economie zal maar herstellen als er opnieuw vertrouwen is in haar draagkracht om de resterende schulden af te betalen.

Om het Griekse volk op zijn minst een perspectief op vrijheid en welvaart te bieden, moet er daarom een forse schuldherschikking komen. Een pleidooi dat op deze blog al meermaals aan bod kwam, en dat ook Reinhart in 2013 aanhaalde:

‘Natuurlijk begrijp ik dat Duitsland geen zin heeft in het kwijtschelden van een deel van de noodleningen. Niemand die geld heeft en dat moet afstaan, staat te springen om het af te geven. Maar dat neemt niet weg dat er wel degelijk transfers moeten komen in de eurozone.’

De dag waarop het heel snel uit de hand liep

Boy, that escalated quickly… I mean, that really got out of hand fast.

Die legendarische zin uit ‘Anchorman: The Legend of Ron Burgundy’, met Will Ferrell in de hoofdrol, vat perfect in welke roetsjbaan we met Griekenland beland zijn. Ondanks dat een ja-stem de rationele keuze was, heeft de Griekse bevolking zondag met een overtuigende meerderheid het nee-vakje aangekruist. Het buikgevoel bleek dus sterker dan de rede.

Het is onversneden ironie hoe de Griekse politici deze stunt proberen te verkopen als een overwinning van de democratie in Europa, terwijl er ook in die andere 18 eurolanden politici zijn die dit moeten gaan verkopen aan hun eigen kiezers.

Dat zal ze volgens mij niet lukken. De meeste Europeanen zijn nu wel klaar met de Grieken. Ook binnen de Europese cenakels is er weinig animo om opnieuw rond de tafel te gaan zitten met de avonturiers en draaikonten van Syriza. Katia Tieleman, professor aan de KU.Leuven had daar onlangs in Terzake enkele interessante bedenkingen rond (hier te zien op 15m34s).

Het is misschien wel tijd om afscheid te nemen van de Grieken. Zoals ik eerder betoogde is de negatieve precedentswaarde om het land te allen koste in de euroclub te houden veel groter dan die om er afscheid van te nemen. Er viel met de lui van Syriza geen haalbaar akkoord te onderhandelen vóór het referendum, en dat zal erna niet plots veranderen.

Concreet moet de Europese Centrale Bank (ECB) voor dinsdag beslissen wat ze met de Emergency Liquidity Assistance gaat doen. Die ELA is een noodlijn waarmee Griekse banken zich bij gratie van Frankfurt kunnen financieren bij de nationale bank van Griekenland. Ze beloopt nu zo’n 90 miljard euro (hier leest u er alles over).

De ECB heeft lang gedaan alsof de Griekse banken niet insolvabel zijn, maar dat fabeltje kan niet langer stand houden. Natuurlijk is het afsluiten van de ELA niet alleen een monetaire, maar ook een politieke beslissing aangezien het Griekenland de facto uit de eurozone knikkert. Daarom is het belangrijk dat de ECB politieke rugdekking krijgt. Hoewel die van de Europese Raad van staatshoofden en regeringsleiders moet komen, zou het goed zijn, mocht ook Commissie-voorzitter Jean-Claude Juncker mee de rangen sluit.

Een euro-optimist ziet in alle ellende wel een lichtpuntje. Als Griekenland als dysfunctioneel land zijn eigen boontjes moet doppen buiten de muntunie, en eventueel zelfs buiten de Europese Unie, kan de economische klap zo groot zijn, dat het de wind uit de zeilen neemt van Syriza-klonen in andere eurolanden. Bovendien hebben Portugal en Spanje het ergste achter de rug, en kan Europa beide nog extra steun kan geven als beloning voor de hervormingen die ze al hebben doorgevoerd.

Benieuwd wat er de komende dagen nog op ons afkomt!