Categorie archief: Kunst

Kijk, aim, frame

Aglaia Konrad.jpegKlik hier voor een grotere versie van de foto hiernaast.

Altijd als de Oostenrijkse fotografe Aglaia Konrad (1960) in het vliegtuig stapt, heeft ze natte doekjes mee om het raampje te poetsen. Bij langeafstandsvluchten maakt ze ruzie met andere passagiers die het raampje willen dicht doen zodat ze ongestoord kunnen slapen. Konrad moet en zal foto’s maken, urenlang, ook al weet ze meestal niet wat ze precies vastlegt, daar op 10.000 meter hoogte. ‘Iemand vertelde me eens dat dit Siberië is, dat die witte lijnen pijpleidingen zijn, en die witte blokjes verdeelstations’, zegt ze, wijzend naar één van de vreemde luchtbeelden.

Konrad werkt ook voor haar foto’s van publieke ruimtes en stedelijke infrastructuur analoog in een digitaal tijdperk. ‘Als ik thuis kom heb ik geen honderden digitale foto’s om een beeld uit te kiezen. Het moet in mijn hoofd zitten op het moment dat ik kijk, aim en frame. Drie foto’s trek ik dan, meer niet.’ Klein en fijn monstert ze de reeks monumentale zwart-wit-foto’s van gebouwen en natuurlijke elementen die boven haar uittorenen. ‘Ik noem het sculpturale architectuur.’

Aglaia Konrad. From A to K – t/m 18 september, Leuven, mleuven.be

Geniale visitekaartjes

‘We kunnen ons dat nu maar moeilijk inbeelden, maar in zijn tijd was Rembrandt veel bekender als grafisch kunstenaar dan als schilder’, zei Jaap Mulders bij de persopening van ‘Rembrandt in zwart-wit’ in Bozar, eind februari. ‘Ter illustratie: de eerste catalogus van zijn etsen dateert van 1751, voor zijn schilderijen was dat pas honderd jaar later.’

De Nederlandse collectioneur selecteerde voor het Paleis voor Schone Kunsten meer dan 80 etsen van Rembrandt van Rijn (1606-1669). Die dingen waren perfect om internationaal naambekendheid mee te vergaren. Met schilderijen lag dat een stuk moeilijker, legt Mulders uit. ‘Die hingen bij de eigenaars thuis, waar maar een select publiek ze kon bewonderen.’

Het genie van Rembrandt is ook in zwart-wit en vaak op miniem formaat onmiskenbaar. Of het nu gaat om zelfportretten, of afbeeldingen van bedelaars, naakte vrouwen of Bijbelse taferelen.

Opvallend is dat de figuren in zijn tekeningen niet stroken met het schoonheidsideaal van zijn tijd. Rembrandt had lak aan conventies. Neem het voorbeeld van Adam en Eva. Het stel dat bakkeleit over de vraag of ze die appel nu gaan opeten of niet, is niet jeugdig en volmaakt. Nee, het is een koppel dat al op een zekere leeftijd is, en ook niet bepaald mooi. En de slang in de boom? Rembrandt promoveerde die gewoon tot draak.

Rembrandt in zwart-wit, Bozar, nog tot en met 29 mei.

Zo doet hij dat

Schrijven over Jean-Marie Bytebier gaat ongeveer even vlot als Jean-Marie Bytebier die praat over zijn schilderijen: bijzonder moeizaam.

De tentoonstelling AB.ad in het Museum van Elsene (die nog loopt tot eind mei) opent met een video waarin de kunstenaar probeert uit te leggen aan zijn interviewer waar zijn werk om draait. Het aantal zinnen dat de Vlaming grammaticaal min of meer correct afwerkt zijn op één hand te tellen.

Bytebier springt dan maar recht, haalt buiten beeld drie verschillende penselen, knielt neer bij een schilderij en strijkt met de droge haren over het canvas. ‘Kijk, zo doe ik dat.’ Hij heeft het nog over de hardheid, en de stand van de haren. Je wordt er geen snars wijzer van.

Schrijven over Bytebier gaat dus even gruwelijk. Zijn schilderijen zijn natuurgezichten, tot zover alles goed. Maar dan. Ze zijn melancholisch en trekken je erin, zijn afstandelijk en duwen je er uit. Ze zijn arm aan detail en rijk aan schakeringen. Maar wat zegt dat?

En dan zie je dat ene schilderij, waarin alles wat je wil zeggen klopt. Het is een half canvas, maar het is het helemaal. Voor een krant vraag je dan gewoon: kan voor deze ene keer de tekst wat korter, en de foto iets groter?

De droeve koning

20160329_162108Als u naar het Kasteel van Gaasbeek gaat voor de tentoonstelling Divine Decadence (een onversneden aanrader), kan u daar in de vaste collectie dit mooi schilderij van de koning van Thule zien. Het is geschilderd door Piet van der Ouderaa en dateert van 1902. Het is niet zomaar een portret, maar een legende die terugloopt tot 1774 en uit de koker komt van Johann Wolfgang von Goethe.

Hierbij het gedicht uit Goethe’s Faust:

Er was een koning in Thule,
die had een beker van goud,
hem door zijn lief op haar sterfbed
voor eeuwig toevertrouwd

Die beker, volgeschonken,
gold als zijn grootste schat,
en als hij eruit had gedronken,
dan werden zijn ogen nat.

En toen hij kwam te sterven,
bezag hij zijn gebied,
schonk alles aan zijn erven,
alleen de beker niet.

Hij zat voor ’t laatst aan tafel,
de ridders zaten mee aan,
in een van de grote zalen,
op een klif aan de oceaan.

Daar stond die oude drinker,
dronk laatste levensgloed
en wierp de heilige beker
uit het venster in de vloed.

Hij zag hem vallen, drinken
en vollopen tot hij zonk,
hij voelde zijn oogleden zinken,
dat was zijn laatste dronk.

Geef toe: als je dat weet, kijk je toch met andere ogen naar die oude man.