Categorie archief: Uncategorized

Beste Kamervoorzitter: nodig Mario Draghi uit!

Het is een queeste die ik al jaren voer: Mario Draghi, de voorzitter van de Europese Centrale Bank (ECB), naar het Belgisch federaal parlement krijgen. Jammer genoeg is dat tot op vandaag niets meer dan een sisyfusgang gebleken.

In mijn boek staat de voorgeschiedenis uitgelegd:

In oktober 2012 komt Mario Draghi op uitnodiging van de Bondsdag het omstreden inkoopprogramma voor staatspapier van de ECB verdedigen. ‘Vandaag ben ik hier om ons beleid toe te lichten’, zegt hij in het hol van de leeuw. ‘Ik ben hier ook om te luisteren. Ik wil uw mening horen over de ECB, over de economie in de eurozone en over de langetermijnvisie voor Europa.’ De parlementsleden grijpen die kans met beide handen. Achter gesloten deuren voelen ze Draghi stevig aan de tand, en geven hem hun bezorgdheden mee.

Mooi voor de Duitsers, maar wat met de Belgen en Nederlanders? Ook zij hebben de kans om Draghi uit te horen. De Italiaan heeft immers laten verstaan dat hij zal gaan waar hij uitgenodigd wordt. Dolenthousiast om Draghi in het eigen parlement te zien, bel ik Kamervoorzitter André Flahaut (PS) met de vraag of hij de ECB-voorzitter al geïnviteerd heeft in onze democratische tempel. Het blijkt onmogelijk om de man te spreken. Of mijn vraag ook op mail kan, vraagt zijn medewerkster. Natuurlijk, geen probleem. Drie weken en een aantal reminders later wacht ik nog altijd op een antwoord. Dus toch nog maar eens bellen. Alweer de medewerkster. ‘U weer’, klinkt het geërgerd. ‘Ik vraag het meneer Flahaut zo dadelijk nog eens en bel u dan terug.’

Een uur later krijg ik warempel antwoord. ‘Nee, er zijn geen plannen om Mario Draghi uit te nodigen. Daar hebt u uw antwoord. Dag.’ Ontgoocheld pols ik bij een aantal parlementsleden of zij geen verzoek kunnen indienen bij Flahaut, maar de desinteresse is stuitend. Net als de andere Belgen zitten de parlementsleden door de aanslepende onderhandelingen al meer dan vierhonderd dagen zonder regering. Maar zelfs met al dat vingergedraai blij Europa blijkbaar ook voor hen een ver-van-mijn-bedshow.

Het was absoluut een gemiste kans voor onze heren- en dames-volksvertegenwoordiger om de niet-democratisch verkozen monetaire tsaar aan de tand te voelen.

Gelukkig krijgen ze een herkansing om uitleg te vragen over Draghi’s beleid dat er voor zorgt dat vandaag ruim 250 miljard euro op de Belgische spaarboekjes aan koopkracht staat te verliezen. In een interview met het Duitse boulevardblad Bild gisteren verklaarde de Italiaan immers het volgende…

Schermafbeelding 2016-04-27 om 18.28.15

Als Draghi dus binnenkort weer naar de Bundestag trekt, kan hij evengoed doorsteken naar België. Vandaar deze warme oproep aan Siegfried Bracke (N-VA). Meneer de Kamervoorzitter: nodig die man terstond uit! En als hij komt, smokkel mij dan binnen.

De illuzie-volle blijheid der schoone dagen

Zonet sloeg de hagel tegen de ruiten. Het geluid van een depressief seizoen. Zoals Lisa Genova zo mooi schreef in ‘Still Alice’… ‘The beginning of spring was an untrustworthy and ugly liar.’

Geen prille lentezon te zien dus, al dagen niet. Maar laat er ons toch even van dromen. En dan kan ik niemand beter bedenken dan een van mijn lievelingsauteurs, Cyriel Buysse. Uit zijn boek Lente (1907):

‘Zij waren buiten ’t dorp gekomen en volgden nu met vlugge schreden den zandigen landweg, die in blonde bochten kronkelde, vlak zonder omgrenzende slooten noch boomen, als een lang, bleek, slingerlint, achteloos midden in de weelde der malschgroene lentevelden neergeworpen. De zachte meilucht was wazig-teerblauw met gouden glanzingen in ’t westen, waar de zon achter verre boomen onderging, en overal zongen de leeuwerikjes met hun jubelende stemmen de illuzie-volle blijheid der nog vele, rijke en schoone dagen tegemoet.’

[…]

‘Wijdalom strekten de weelderige lente-landouwen zich uit. Het koren, een paar voet hoog, stond reeds in de aren, de heldergroene vlasgaarden lagen donzig als fijne fluweelen tapijten op den zachtgolvenden grond, en hier en daar in de verten schitterden, tusschen het pas ontloken, frischdoorschijnend groen van heesters en boomen, de lange, fijne, tintelgouden streepen en vlekken van het bloeiend koolzaad. Als eilandjes midden uit een groene-en-gouden zee, rezen de oude, groote boerderijen met hun bloeiende appelboomgaarden ten alle kanten op, en in den teerblauwen hemel vol kleine, rozig-witte wolkjes, orgelden eindeloos de zoete stemmetjes der leeuweriken.’

De lente doet lelijk, en is niet te vertrouwen, maar bij Buysse is ze in goede handen.

Zo doet hij dat

20160227_160803-1

Interstice IV, 2011

Schrijven over Jean-Marie Bytebier gaat ongeveer even vlot als Jean-Marie Bytebier die praat over zijn schilderijen: bijzonder moeizaam.

De tentoonstelling AB.ad in het Museum van Elsene (die nog loopt tot eind mei) opent met een video waarin de kunstenaar probeert uit te leggen aan zijn interviewer waar zijn werk om draait. Het aantal zinnen dat de Vlaming grammaticaal min of meer correct afwerkt zijn op één hand te tellen.

Bytebier springt dan maar recht, haalt buiten beeld drie verschillende penselen, knielt neer bij een schilderij en strijkt met de droge haren over het canvas. ‘Kijk, zo doe ik dat.’ Hij heeft het nog over de hardheid, en de stand van de haren. Je wordt er geen snars wijzer van.

Schrijven over Bytebier gaat dus even gruwelijk. Zijn schilderijen zijn natuurgezichten, tot zover alles goed. Maar dan. Ze zijn melancholisch en trekken je erin, zijn afstandelijk en duwen je er uit. Ze zijn arm aan detail en rijk aan schakeringen. Maar wat zegt dat?

En dan zie je dat ene schilderij, waarin alles wat je wil zeggen klopt. Het is een half canvas, maar het is het helemaal. Voor een krant vraag je dan gewoon: kan voor deze ene keer de tekst wat korter, en de foto iets groter?

‘De Saudische koningen hebben zowat alles goed gedaan’

Toen ik in mei 2014 in Riyad was, ontmoette ik daar een Europese bankier die vrijuit sprak over hoe het er in Saudi-Arabië aan toe gaat. Te vrijuit blijkbaar, want na het opsturen van de quotes kreeg ik de volgende repliek.

Helaas kan ik de tekst niet goedkeuren. Na overleg met een van onze board members is de conclusie dat publicatie van dit interview tot mijn onmiddellijke ontslag zou leiden. Daarom zie ik er van af. De passages over de familie, over de complexiteit van het land, over het toerisme, kortom het gehele stuk lag bijzonder gevoelig. Sorry. Dank voor je begrip.

Het leek mij naar aanleiding van het bezoek van Amerikaanse Barack Obama aan de Golfstaat gisteren wel prettig om een paar passages van dat (anonieme en daarom nooit gepubliceerde) interview mee te geven.

Merk tijdens het lezen ook op hoe de tijden sindsdien veranderd zijn. Toen ik er drie jaar geleden op bezoek was, kostte een vat Brent-olie ongeveer 110 dollar. Vandaag is dat 40 dollar. De regering kan haar rekeningen moeiteloos betalen zolang de prijs voor een vat olie boven 75 dollar ligt, zo berekende de in Riyad gevestigde vermogensbeheerder Jadwa Investment enkele jaren geleden. Maar omdat de overheidsuitgaven in stijgende lijn zitten, klimt dat grensbedrag tegen 2017 naar 100 dollar, tegen 2030 is dat zelfs 230 dollar.

De gevolgen van de crash van de olieprijs laten zich voelen. In 2014 bedroeg de schuldgraad nog een luttele 1,6 procent van het bbp, volgens ratingbureau Fitch is dat tegen volgend jaar al 9,4 procent.

Er zullen dus besparingen moeten komen, wat onvermijdelijk tot politieke spanningen leidt. Zolang er veel olierijkdom te verdelen was over een relatief kleine bevolking, was er geen probleem. Weinig reden tot ontevredenheid ook. ‘Het is moeilijk om op de barricades te staan met de sleutels van een Lexus in je zak’, gaat de grap…

Het koninkrijk is in 1932 door de charismatische oorlogskoning Abdul Aziz Al Saud gesticht. Hij plakte er ook officieel zijn familienaam op: Al-Mamlaka Al-Arabiyya Al-Saudiyya, ofte ‘het koninkrijk van Saudi-Arabië dat toebehoort aan het Huis van Saud’. Zijn nazaten zwaaien vandaag nog altijd de plak. Hoe groot is de invloed van de Al Saud op het zakenleven?

‘De overheid is zeer aanwezig als het om religie en politiek gaat, maar op het vlak van ondernemen is er een vrije economie met veel concurrentie tussen de bedrijven en de banken. Er is een sterk groeiende en zeer gezonde private sector die grotendeels draait op familiebedrijven. Van directe overheidsinmenging is er absoluut geen sprake. Het is de voorbije jaren ook voor buitenlandse bedrijven trouwens een stuk gemakkelijker geworden om hier te investeren.’

U zegt dat er geen directe overheidsinmenging is, maar de Saudische overheid pompt wel jaarlijks 80 tot 100 miljard dollar in de economie.

‘Dat klopt. Het gaat om investeringen in wegen, ziekenhuizen, scholen, openbaar vervoer,… Dat heeft een soort van vliegwieleffect op de hele economie waar iedereen de vruchten van plukt.’

Het is niettemin een duidelijke indicatie van de stevige greep die Al Saud-familie heeft op het land. Is dat een goede zaak?

‘Het is een familie die heeft bewezen dat ze weet hoe ze dit land moet runnen. Als je er over nadenkt, hebben ze de voorbije decennia ook bijna alles goed gedaan. Als je vertrekkend van een blanco blad zou proberen om het moeilijkste land ter wereld te definiëren, dan kom je uit op een land dat grotendeels uit woestijn bestaat en dat in een explosieve regio ligt met alle mogelijke spanningen. Dat geeft je dan ook nog eens een hoop natuurlijke grondstoffen die zowel een zegen als een vloek zijn, en dan kom je min of meer uit op Saudi-Arabië.’

‘Als je het zo bekijkt, dan zijn er niet zo gek veel dingen waarvan ik zeg dat de Al Saud het zo fundamenteel anders hadden moeten doen. Dat meen ik oprecht. Dit land heeft op dit ogenblik de goede staatsvorm.’

Zonder olie verandert het verhaal wel volledig.

‘Niemand weet wanneer de olie op is. Misschien binnen 75 jaar, misschien binnen 200 jaar. De uitdagingen zijn natuurlijk groot en er zijn veranderingen nodig. Het gaat ook vooruit, maar het is een land waarin het heel moeilijk is om snel vooruit te gaan. Als je van buitenaf denkt dat je dingen kan versnellen, dan heb je het goed mis. De mensen hier zullen zelf wel bepalen hoe hard ze willen gaan.’

Volgens critici houden de olie-inkomsten de bevolking lui. De werkloosheid ligt boven de 30 procent. Is dat nog houdbaar? Driekwart van de Saudiërs is jonger dan dertig jaar.

‘Er is hier in tegenstelling tot de andere Golfstaten een generatie die moet werken. Dit is geen Qatar waar iedereen al van bij zijn geboorte miljonair is. Hier moeten gewoon miljoenen mensen werken voor hun salaris.’

Zijn die jongeren wel voldoende goed opgeleid? Het onderwijs is vooral gericht op herhaling en stimuleert geen kritisch denken.

‘De kwaliteit van de afgestudeerden verbetert jaarlijks. Er zijn een aantal lokale universiteiten die echt goed zijn, zoals de King Fahd University for Petroleum and Minerals en de Prince Sultan University. Daar is het curriculum ook in het Engels. Sommige afgestudeerden zijn even goed als diegene die je aan Nederlandse universiteiten kan vinden.’

‘Daarnaast stuurt Saudi-Arabië jaarlijks meer dan 130.000 studenten met hun families naar onder meer het Verenigd Koninkrijk en de VS waar ze vaak aan goede universiteiten kunnen studeren.’

Het land stuurt zijn zonen en dochters dan wel uit, zelf blijft het bijzonder gesloten voor buitenlanders. Toeristen zijn hier bijvoorbeeld niet welkom.

‘Het is ironisch om dat te zeggen terwijl alle westerse bedrijven hierheen willen komen. Het Nederlandse bouwbedrijf Strukton heeft een aantal jaar geleden een contract van 1 miljard euro binnengehaald om de metro in Riyad te bouwen. En de Belgische prinses Astrid was hier in 2014 met een enorme delegatie van het bedrijfsleven die uitzonderlijk geïnteresseerd waren om hier zaken te doen. Ook de Britse prins Charles loopt hier de deur plat.’

Saudi-Arabië heeft niet het allerbeste imago bij het brede publiek. Is dat onterecht?

‘Als je de slechte dingen van dit land wil zien, dan is dat heel gemakkelijk. Maar als je hier naar toe komt met een open geest en je laat het over je komen, dan is het een fantastische ervaring.’

Helikoptergeld

Er zijn minstens twee woorden die ik consequent verkeerd schrijf, of beter gezegd, één op de twee keer verkeerd schrijf omdat ik hun correcte schrijfwijze echt niet kan onthouden. Dat zijn helickopter en lockatie.

Dus vloek ik ook elke keer bij het horen van de term ‘helikoptergeld’. Die uitdrukking verwijst naar een uitspraak van Milton Friedman, de vader van het monetarisme, die zei dat inflatie kan gecreëerd worden door geld uit een helikopter te gooien. Mensen zullen het oppikken en uitgeven, en zo de economie stimuleren, wat leidt tot hogere prijzen.

Om de zoveel tijd komt de vraag naar helikoptergeld aanvliegen. In Japan bijvoorbeeld, dat al twee decennia kampt met deflatie, of in elk geval het ontbreken van inflatie. Nu krijgt het veel media-aandacht als mogelijke ‘oplossing’ voor het probleem van de Europese Centrale Bank (ECB) dat de inflatie in de eurozone ver onder haar doelstelling blijft van ‘minder dan, maar dicht bij 2 procent’.

Door cheques uit te delen met vers geprint geld zou de ECB inflatie kunnen creëren, zo luidt de redenering. Dat is een slecht idee, niet alleen omdat het in de praktijk quasi onhaalbaar is, maar vooral omdat het ongewenst is. Hieronder enkele terechte en vermeende bezwaren.

Het mag niet

‘Het is geen monetair, maar budgettair beleid’, verklaarde Klaas Knot, de voorzitter van De Nederlandsche Bank en één van de 25 ECB-bestuurders.
Maar is dat wel zo? Hoewel het in de praktijk absoluut budgettair beleid is, kan het achterliggende idee verkocht worden als monetair beleid. Door burgers rechtstreeks geld in de zakken te stoppen, kan de ECB proberen om de economische groei snel aan te wakkeren, en daarmee hopelijk ook de inflatie.
Principiële bezwaren zijn ook maar wat ze zijn. Zowel kwantitatieve versoepeling (het opkopen van schuldpapier om geld in het financieel systeem te pompen) als het opkopen van staatsobligaties kon absoluut niet, tot het wel kon.

Het mag niet (2)

Het uitdelen van geld aan burgers door de ECB zou volgens menig tegenstander monetaire financiering zijn, maar dat klopt niet. Artikel 123 paragraaf 1 van het Europees Verdrag verbiedt de ECB enkel het rechtstreeks opkopen van schuldpapier van overheden. Als Frankfurt beargumenteert dat zijn helikoptergeld noodzakelijk is om zijn inflatiedoelstelling te halen, valt daar juridisch weinig tegen in te brengen. Zolang de ECB dus maar rechtstreekse financiering van overheden vermijdt.

Het is niet uitvoerbaar

Hoe kan die ECB-cheque dan bij de burgers belanden? Het lijkt mij onmogelijk om een bedrag op de bankrekening van alle inwoners van de eurozone bij te schrijven zonder dat daar een bureaucratie bij komt kijken die uitmaakt wie er recht op heeft.
Een voor de hand liggend vehikel is het aangifteformulier, waarop het bankrekeningnummer van de belastingplichtige vermeld staat. Merk wel op dat je dan enkel de burgers hebt, niet de inwoners (wat bijvoorbeeld met het miljoen vluchtelingen in Duitsland?). De ECB-cheque zou dan wel uit een van de overheid afgeschermde geldpot moeten komen (die laatste stelt enkel haar ‘infrastructuur’ ter beschikking) om het verwijt van monetaire financiering te vermijden.

Het heeft geen nut

Het kan lang duren vooraleer het geld effectief op de rekeningen van de begunstigden belandt, waardoor het nut van de hele operatie in gevaar komt. En zelfs al staat het er morgen op, dan nog is er geen garantie dat de burger er iets mee doet. In België staat er meer dan 260 miljard euro op spaarrekeningen aan koopkracht in te leveren door de negatieve reële rente. Het is dus niet alsof consumenten geen geld hebben om te consumeren. Zal een extra geut hun echt van gedachten doen veranderen (‘jochei, 250 euro, daar ga ik vandaag nog iets mee kopen’)?

Het mag niet (3)

Er gaan stemmen op dat de overheden beter dat geld zouden krijgen via een eeuwigdurende staatsobligatie met een nulrente, omdat zij het snel kunnen investeren.
Eerst en vooral geloof ik daar niets van. De wielen van de overheid malen traag, denk maar aan de onvermijdelijke aanbestedingsprocedures en allerhande vergunningsvereisten voor infrastructuurwerken. Maar belangrijker nog, het kan naar mijn inschatting gewoon niet. Een schuld, zo leert het woordenboek, is ‘geld dat iemand nog moet betalen’. Aangezien er bij een eeuwigdurende staatsobligatie met een nulrente geen schuld wordt opgebouwd, kan er ook geen sprake zijn van een lening. Het is dan een gift pur sang.
Wat dan met het argument, ‘ja maar, het mag wel want de ECB heeft die schuldtitels gekocht via de secundaire markt’. Het verbod op monetaire financiering spreekt immers enkel van primaire uitgiftes, dus staatspapier dat meteen van overheden gekocht wordt. Via de secundaire markt, zijn het eerst institutionele spelers die de effecten opkopen, waarna de ECB die van hen overneemt.
In dat geval verwijs ik graag naar deze Verordening uit 1993, die stipuleert dat “aankopen op de secundaire markt niet gebruikt mogen worden om het artikel dat monetaire financiering verbiedt te omzeilen”. Het is duidelijk dat dit een absolute omzeiling zou betekenen.

Het is gevaarlijk

Voor mij is het belangrijkste argument om het niet te doen, dat het voor een enorm gevaarlijk precedent zorgt. Het valt in die zin te vergelijken met een devaluatie. Het is een politiek gemakkelijke, maar kortstondige oplossing die op termijn vaak voor meer miserie zorgt dan wanneer er pijnlijke hervormingen waren geweest. Denk maar aan landen als Italië die decennialang devalueerden… Lichtende paden… hum.
Over wat er volgens mij dan wel moet gebeuren, verwijs ik graag naar dit opiniestuk.

De droeve koning

20160329_162108Als u naar het Kasteel van Gaasbeek gaat voor de tentoonstelling Divine Decadence (een onversneden aanrader), kan u daar in de vaste collectie dit mooi schilderij van de koning van Thule zien. Het is geschilderd door Piet van der Ouderaa en dateert van 1902. Het is niet zomaar een portret, maar een legende die terugloopt tot 1774 en uit de koker komt van Johann Wolfgang von Goethe.

Hierbij het gedicht uit Goethe’s Faust:

Er was een koning in Thule,
die had een beker van goud,
hem door zijn lief op haar sterfbed
voor eeuwig toevertrouwd

Die beker, volgeschonken,
gold als zijn grootste schat,
en als hij eruit had gedronken,
dan werden zijn ogen nat.

En toen hij kwam te sterven,
bezag hij zijn gebied,
schonk alles aan zijn erven,
alleen de beker niet.

Hij zat voor ’t laatst aan tafel,
de ridders zaten mee aan,
in een van de grote zalen,
op een klif aan de oceaan.

Daar stond die oude drinker,
dronk laatste levensgloed
en wierp de heilige beker
uit het venster in de vloed.

Hij zag hem vallen, drinken
en vollopen tot hij zonk,
hij voelde zijn oogleden zinken,
dat was zijn laatste dronk.

Geef toe: als je dat weet, kijk je toch met andere ogen naar die oude man.

Juiste contractbreuk, verkeerde schuldige

In dit interview uit De Tijd afgelopen weekend, doet de Belgische minister van Financiën Johan Van Overtveldt (foto), enkele tenenkrullende uitspraken over Europa’s terugfluiten van de overwinstrulings die België had toegestaan.

Volgens dat fiscaal gunstregime danken internationaal actieve bedrijven een deel van de winst die ze in België boeken aan het feit dát ze wereldwijd actief zijn. De ruling maakte het mogelijk voor hen om op dat ‘internationale’ deel van hun winst geen belastingen te betalen. De concrete hoogte van de vrijstelling hing af van de specifieke ruling van de belastingdienst.

Rulings zijn voor bedrijven belangrijk voor de rechtszekerheid. Dankzij de voorafgaande akkoorden weten ze waar ze zich aan kunnen verwachten. Een land verbindt er zich – op zijn minst moreel – toe om de gemaakte afspraken te honoreren. Vrijwel alle Europese lidstaten hebben een dergelijke rulingdienst.

Tegelijkertijd is duidelijk dat hier ruimte ligt voor opportunisme en misbruik. Lidstaten kunnen via heel voordelige rulings bedrijven overtuigen om hun activiteiten hier te houden, of naar hier te halen. Dat kunnen ook financiële stromen zijn. Het bekendste voorbeeld daarvan is LuxLeaks. In dwergstaat Luxemburg konden bedrijven jarenlang profiteren van belastingtarieven van minder dan 1 procent op de inkomsten die ze naar daar verhuisden. Ook Nederland kwam al meermaals flink in opspraak (voor praktijken die al jaren gekend waren, zie postbusje komt zo).

Het is duidelijk dat de lidstaten motieven hebben om elkaar fiscaal vliegen af te vangen, en dat de Europese Unie met haar focus op een gelijk speelveld voor iedereen daar problemen mee heeft.

Dat verklaart wat met België gebeurd is. Europees commissaris voor Mededinging, Margrethe Vestager (foto), vond dat de bovenvermelde overwinstrulings niet door de beugel konden. Ze eist nu dat enkele tientallen multinationals samen liefst 700 miljoen euro terugbetalen. Daardoor wordt België als investeringsland minder aantrekkelijk, merken de interviewers van De Tijd op, waarop Van Overtveldt als volgt reageert:

‘Zonder die rulings zouden veel van die multinationals hier wellicht niet hebben geïnvesteerd. Dan hadden we ook de jobs niet gehad, noch de sociale bijdragen die de multinationals al die jaren betaald hebben.’

Daar valt iets voor te vertellen. Omgekeerd is het zo dat ze dan misschien ergens anders zouden geïnvesteerd hebben, waardoor dat andere land inkomsten is misgelopen.

Van Overtveldt houdt er de bijzonder vreemde stelling op na dat Vestager het recht heeft om die rulings in vraag te stellen, maar dat ze niet zou mogen eisen dat België de bedragen terugvordert van die bedrijven.

Als Europa model wil staan voor rechtszekerheid, moet je zo’n dingen niet doen. Europa is daar op een brutale manier in tegenspraak met zichzelf.’
(op dreef) ‘Wat Europa doet, is buitengewoon lichtzinnig. Het gaat om contractbreuk. Je bent een engagement aangegaan met die bedrijven en dan moet je plotseling zeggen dat het maar om te lachen was. Dat is zeer schadelijk voor onze reputatie.’

Daarmee spant de minister de kar voor het paard, én gaat hij domweg in de fout.

Eerst dat van die kar, en dat paard. De Europese Unie kan niet op alle vlakken het toonbeeld zijn van rechtszekerheid omdat de lidstaten haar daar niet toe in staat stellen. Neem het ontbreken van een gemeenschappelijke grondslag voor de berekening van de vennootschapsbelasting bijvoorbeeld. Of ruimer, een helder fiscaal kader dat belastingconcurrentie toelaat zonder aan te schurken tegen ‘legale’ belastingontwijking.

‘Oneerlijke belastingvoordelen toekennen aan de happy few vervalst mededinging en is daarom in strijd met Europese staatssteunregels’, zei EU-commissaris voor Economie, Pierre Moscovici vorig jaar. ‘Het schaadt ondernemingen die hun belastingen eerlijk betalen en het is oneerlijk tegenover Europese belastingbetalers.’

De Commissie maakt nu (voorzichtig) werk van een gelijker speeldveld, hopelijk de voorbode van een Europees wettelijk kader. Vanaf 2017 zullen alle EU-landen informatie uitwisselen over al hun grensoverschrijdende fiscale rulings en prijsregelingen.

Van Overtveldts volledig foute redenering is dat Europa contractbreuk zou plegen. Het is niet de EU die een engagement met die bedrijven is aangegaan om daar vervolgens op terug te keren, maar wel België. Vestager geeft impliciet de boodschap dat België contractbreuk heeft gepleegd met de andere lidstaten van de Europese Unie, waarmee het tot een eengemaakte markt probeert te komen.

Op één punt slaat Van Overtveldt wel nagels met koppen:

‘Het is volstrekt naïef om te denken dat die bedrijven hun portefeuille gaan openen en braafjes betalen. In hun plaats zou ik dat ook niet doen.’

Hoe onpopulair het ook is voor de publieke opinie, die bedrijven hebben overschot van gelijk. Het zou België sieren om zijn toezeggingen na te komen. Al is het maar voor die rechtszekerheid die Van Overtveldt zo belangrijk vindt.